Op Prinsjesdag 2026 zijn de plannen voor het komende jaar bekendgemaakt. Wij zetten de belangrijkste fiscale maatregelen die gericht zijn op ondernemingen en handel, zowel nationaal als internationaal, voor u op een rij. Wat verandert er voor u?
- Verhoging energie-investeringsaftrek: Het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek wordt verhoogd van 40 procent naar 45,5 procent.
- Versobering en afschaffing startersaftrek: De startersaftrek in de inkomstenbelasting wordt verlaagd van €2.123 naar €10 en per 2028 volledig afgeschaft. De startersaftrek is een aanvullende aftrekpost op de zelfstandigenaftrek voor startende zelfstandige ondernemers.
- Afschaffing startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid: De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid in de inkomstenbelasting wordt per 2029 volledig afgeschaft. Deze startersaftrek is een aanvullende aftrekpost voor startende zelfstandige ondernemers die een arbeidsongeschiktheidsuitkering kunnen krijgen.
- Afschaffing willekeurige afschrijving starters: De mogelijkheid voor startende zelfstandige ondernemers om versneld af te schrijven op bedrijfsmiddelen wordt per 2028 afgeschaft.
- Versobering en afschaffing stakingsaftrek: De stakingsaftrek in de inkomstenbelasting wordt verlaagd van €3.630 naar €908 en per 2030 volledig afgeschaft. De stakingsaftrek is een regeling in de inkomstenbelasting voor ondernemers die stoppen (bijvoorbeeld door verkoop van de onderneming). Door de stakingsaftrek betalen stakende ondernemers over een deel van hun stakingswinst minder inkomstenbelasting.
- Versobering en afschaffing meewerkaftrek: De meewerkaftrek in de inkomstenbelasting wordt met 75 procent versoberd en per 2030 volledig afgeschaft. De aftrekpercentages van de winst worden hierdoor verlaagd. De meewerkaftrek is een regeling in de inkomstenbelasting waardoor ondernemers van wie de partner onbetaald in de onderneming meewerkt, minder inkomstenbelasting over hun winst betalen.
- Verhoging aftrekbare reiskosten: De maximale reiskostenaftrek voor ondernemers in de inkomstenbelasting (en genieters van resultaat uit overige werkzaamheden) wordt structureel met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 verhoogd van €0,23 naar €0,25 per kilometer. Deze verhoging was al vastgelegd in een goedkeurend besluit en wordt nu in wetgeving opgenomen.
- Invoering vrijheidsbijdrage: Met het Belastingplan 2027 wordt een vrijheidsbijdrage ingevoerd voor burgers en bedrijven. De bijdrage wordt gerealiseerd door een beperking van de inflatiecorrectie van de inkomstenbelasting en heffingskortingen enerzijds en anderzijds door een verhoging van de werkgeverspremie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Hierdoor neemt de belasting- en premiedruk geleidelijk toe, zonder dat de belastingtarieven zelf worden verhoogd.
- Verruiming forfaitaire regeling innovatiebox: In de vennootschapsbelasting wordt de forfaitaire regeling van de innovatiebox verruimd. Via de innovatiebox wordt de winst die ondernemingen behalen met innovatieve activiteiten onder voorwaarden belast tegen een lager effectief tarief (2026: 9 procent). Op grond van de forfaitaire regeling kunnen kwalificerende belastingplichtigen kiezen om de winst voor de innovatiebox te bepalen op 25 procent van de fiscale winst met een maximum van €25.000. Dit maximumbedrag wordt verhoogd naar €100.000.
- Schrappen vermoeden onzakelijkheid splitsingen en bedrijfsfusies: Het is mogelijk om vennootschappen onder voorwaarden zonder heffing van vennootschapsbelasting te splitsen, tenzij sprake is van bijvoorbeeld onzakelijke redenen. Daarbij geldt een wettelijk vermoeden dat zakelijke overwegingen voor een splitsing niet aanwezig zijn als de aandelen in de gesplitste of splitsende vennootschap binnen drie jaar na de splitsing worden vervreemd aan een derde. Dit vermoeden van onzakelijkheid komt te vervallen, omdat deze regeling in strijd is met de Europese Fusierichtlijn. Dit geldt ook voor het vergelijkbare rechtsvermoeden bij bedrijfsfusies. Tevens vervalt de mogelijkheid tot het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vraag of een vervreemding binnen drie jaar na de reorganisatie is gericht op het ontgaan en uitstellen van belastingheffing.
- Versobering deelnemingsvrijstelling valutaresultaten afdekkingsinstrumenten: De valutaresultaten op afdekkingsinstrumenten kunnen op verzoek en onder voorwaarden onder de deelnemingsvrijstelling worden gebracht. Voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2027 kan alleen het ‘niet-ingeprijsde valutaresultaat’ op afdekkingsinstrumenten onder de deelnemingsvrijstelling worden gebracht. Een afdekkingsinstrument is een rechtshandeling die strekt tot het afdekken van een valutarisico dat met een deelneming wordt gelopen. Het ingeprijsde valutaresultaat kan door deze maatregel niet langer onder het regime van de deelnemingsvrijstelling worden gebracht. Voor afdekkingsinstrumenten die reeds op 1 januari 2027 bestaan, geldt een overgangsregeling. Daarnaast is voor afdekkingsinstrumenten die vóór 15 september 2026 zijn aangegaan een afzonderlijke uitgestelde werking opgenomen. Ten slotte worden enkele formele aanpassingen rondom deze regeling doorgevoerd.
- Uitbreiding investeringscapaciteit woningcorporaties: Het kabinet heeft aangekondigd dat woningcorporaties vanaf 2028 buiten het toepassingsbereik van de generieke renteaftrekbeperking zullen vallen. Deze wijziging wordt opgenomen in een nota van wijziging bij het Belastingplan 2027. Door de uitzondering ontstaat meer financiële ruimte voor woningcorporaties. Zij kunnen de wijziging meenemen in hun meerjarenbegrotingen, waardoor binnen de borgingssystematiek van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) meer ruimte ontstaat voor financiering. Dit versterkt de investeringscapaciteit van woningcorporaties en ondersteunt de realisatie van nieuwe woningbouw- en verduurzamingsprojecten.
- Verduidelijking begrip publieke middelen in onderwijs- en onderzoeksvrijstelling: In de vennootschapsbelasting bestaat een vrijstelling voor onderwijs- en onderzoeksactiviteiten. Een voorwaarde voor deze vrijstelling is dat deze activiteiten hoofdzakelijk wordt bekostigd uit publieke middelen. De wetgever heeft verduidelijkt dat geen sprake is van bekostiging uit publieke middelen als sprake is van een contractuele tegenprestatie. Vergoedingen voor onderwijs- of onderzoeksactiviteiten die tegen betaling worden verricht, vallen daarom niet onder de vrijstelling. De wijziging is bedoeld als een verduidelijking van de bestaande wetgeving en beoogt geen inhoudelijke wijziging van de huidige toepassing van de vrijstelling.
- Afschaffing bosbouwvrijstelling: In de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting wordt de vrijstelling voor bosbouwbedrijven per 2029 afgeschaft. Er is geen overgangsrecht van toepassing. Deze regeling is negatief geëvalueerd, omdat deze niet doeltreffend en niet doelmatig is. Winst die wordt behaald door bosbedrijven wordt daarom normaal belast met inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting en verliezen worden verrekenbaar.
- Verhoging btw-tarief sierteelt: Het verlaagde btw-tarief voor de levering van sierteeltproducten wordt met ingang van 2028 afgeschaft. Hierdoor gaat het btw-tarief voor bijvoorbeeld bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten (zoals kerstbomen) van 9 procent naar het algemene btw-tarief van 21 procent.
- Verhoging btw-tarief ballonvaart: Het verlaagde btw-tarief voor ballonvaart wordt met ingang van 2028 afgeschaft. Hierdoor gaat het btw-tarief voor ballonvaarten van 9 procent naar het algemene btw-tarief van 21 procent.
- Indexatie alcoholaccijns: De accijnstarieven op alle alcoholhoudende producten worden vanaf 2027 jaarlijks geïndexeerd. In tegenstelling tot de brandstofaccijnzen wordt de alcoholaccijns momenteel niet jaarlijks geïndexeerd. Door deze maatregel wordt voorkomen dat de reële waarde van de alcoholaccijns jaarlijks afneemt.
- Afschaffing kleine brouwersregeling: De kleine brouwersregeling wordt per 2028 afgeschaft. Deze maatregel voorziet in een verlaagd accijnstarief voor kleine brouwers.
- Verlaging overdrachtsbelasting niet-bewoners: Het tarief in de overdrachtsbelasting voor de koop van woningen waar de koper niet zelf in gaat wonen (zoals een woning voor verhuur of vakantiewoning) wordt verlaagd van 8 procent naar 7 procent. Deze maatregel is bijvoorbeeld relevant voor beleggers, investeerders, ontwikkelaars en woningcorporaties.
- Invoering overdrachtsbelastingvrijstelling woningcorporaties: Overdrachten van onroerende zaken die worden ingezet voor diensten van algemeen economisch belang (DAEB) worden vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Hierdoor zijn woningcorporaties die woningen aan elkaar overdragen binnen hun sociale huisvestingstaak geen overdrachtsbelasting meer verschuldigd.
- Teruggaafregeling dividendbelasting voor Nederlandse achterliggers in buitenlandse beleggingsinstellingen: In de dividendbelasting wordt een nieuwe teruggaafregeling ingevoerd voor Nederlandse achterliggers die via buitenlandse beleggingsinstellingen dividenden ontvangen van in Nederland gevestigde vennootschappen. Met deze teruggaafregeling kunnen Nederlandse achterliggers de ten laste van de buitenlandse beleggingsinstelling ingehouden Nederlandse dividendbelasting onder voorwaarden terugvragen. Hierdoor wordt een Nederlandse achterligger die via een buitenlandse beleggingsinstelling belegt in Nederlandse aandelen in economische zin niet zwaarder belast dan wanneer via een fiscale beleggingsinstelling in die Nederlandse aandelen was belegd.
- Aanpassingen minimumbelasting Pijler 2: Naar aanleiding van internationale afspraken binnen de OESO (het Side-by-Side-akkoord) wordt de Wet minimumbelasting (Pijler 2) aangepast. Deze aanpassingen omvatten onder meer vier nieuwe veiligehavenregels uit het Side-by-Side-pakket:
(a) de vereenvoudigde effectieve belastingtarief-veiligehavenregel (voor verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2025);
(b) de kwalificerend equivalent minimumbelastingstelsel veiligehavenregel;
(c) de uiteindelijkemoederentiteit veiligehavenregel; en
(d) de kwalificerende fiscale stimuleringsregeling-veiligehavenregel.
Daarnaast wordt de tijdelijke kwalificerendlandenrapport veiligehavenregel verlengd. Ten slotte wordt de tijdelijke onderbelastewinstbijheffing veiligehavenregel bij multinationale groepen met een verslagjaar van 52 of 53 weken geregeld. - Nieuwe Douanewetboek van de Unie (nDWU): De EU heeft op 26 maart 2026 een akkoord bereikt over de herziening van het Douanewetboek van de Unie (‘DWU’). Voor ondernemers zijn onder andere de nieuwe regels voor afstandsverkopen en de introductie van het EU-douanedatahub relevant. Totdat het DWU is ingetrokken, bestaan het DWU en het nDWU naast elkaar. Het nDWU treedt vanaf 2028 gefaseerd in werking. Vanaf medio november 2026 wordt naar verwachting de verplichte afhandelingsvergoeding van kracht voor diensten die de douaneautoriteiten verlenen in het kader van afstandsverkopen.
- Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) - Met ingang van januari 2026 is CBAM volledig operationeel. Het doel van CBAM is om koolstoflekkage te voorkomen door een koolstofprijs te heffen op ingevoerde goederen. Ondernemers die CBAM-goederen importeren, moeten beschikken over de status van toegelaten CBAM-aangever en CBAM-certificaten aanschaffen voor de CO2-uitstoot die aan ingevoerde goederen is toe te rekenen. Daarnaast wordt naleving van de maatregelen strenger gecontroleerd door het verder verankeren van de handhavingsbevoegdheden van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Ter uitvoering van CBAM is de Wet milieubeheer gewijzigd. De boetebepaling voor overtreding van de centrale CBAM verplichtingen is daarnaast versoepeld, waardoor bij kleine inbreuken of onopzettelijke overtredingen lagere boetes worden opgelegd.
Waarde creëren door kennis te delen; dat is waar Forvis Mazars voor staat. Wij brengen u niet alleen op de hoogte, maar ook op nieuwe ideeën. Met onze nieuwsbrieven delen onze specialisten graag hun kennis met u.