Prinsjesdag 2026: maatregelen voor particulieren

Op Prinsjesdag 2026 zijn de plannen voor het komende jaar bekendgemaakt. Wij zetten de belangrijkste fiscale maatregelen die relevant zijn voor u als particulier op een rij. Wat verandert er voor u?
  • Aanpassing tarief en schijven box 1: Het tarief en de hoogte van de belastingschijven van box 1 van de inkomstenbelasting (inkomen uit werk en woning) worden aangepast. Voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd wordt de hoogte van de eerste schijf €39.247 (2026: €38.883) met een gecombineerd tarief van 36,23 procent (2026: 35,75 procent). De tweede schijf wordt van toepassing op een inkomen van €39.248 tot €78.426 (2026: €38.883 tot €78.426). De derde schijf blijft van toepassing op een inkomen vanaf €78.426. Het tarief van de tweede schijf wijzigt naar 38,16 procent (2026: 37,56 procent). Het tarief van de derde schijf van 49,50 procent verandert niet. 
  • Beperking indexatie inkomstenbelasting door vrijheidsbijdrage: De belastingschijven en heffingskortingen van de inkomstenbelasting worden in 2027 en 2028 beperkt gecompenseerd voor inflatie om daarmee de vrijheidsbijdrage voor burgers te financieren.  
  • Verhoging hoogte arbeidskorting: De hoogte van de arbeidskorting in de inkomstenbelasting wordt verhoogd voor arbeidsinkomen, bijvoorbeeld loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. 
  • Verlaging basishoogte ouderenkorting: De basishoogte van de ouderenkorting in de inkomstenbelasting wordt verlaagd naar €1.967 (2026: €2.067). De ouderenkorting geldt voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt. De alleenstaande ouderenkorting wordt verhoogd naar €547 (2026: €540).  
  • Aanpassing verkrijgingsprijs na zetelverplaatsing buitenlandse belastingplicht (box 2): Als de werkelijke leiding van een buitenlandse vennootschap naar Nederland wordt verplaatst, ontstaat voor een aanmerkelijkbelanghouder die in het buitenland woont een buitenlandse belastingplicht voor de inkomstenbelasting. Voor het bepalen van de verkrijgingsprijs van de aandelen zal worden uitgegaan van de waarde in het economische verkeer van de aandelen. Hierdoor wordt alleen een waardestijging of een waardedaling na de verplaatsing van de werkelijke leiding in de Nederlandse inkomstenbelasting belast. Voor situaties waarin de vennootschap eerder in Nederland gevestigd is geweest, worden in lagere regelgeving nader regels opgenomen. 
  • Uitsluiting samenloop overlijdensdividendregeling en excessief lenen (box 2): Bij overlijden van een aanmerkelijkbelanghouder kunnen erfgenamen onder voorwaarden binnen 24 maanden na overlijden dividend uitkeren zonder directe box 2-heffing. Deze faciliteit is bedoeld om erfgenamen in staat te stellen de verschuldigde erf- en inkomstenbelasting te betalen zonder dat direct aanvullende box 2-heffing ontstaat. Vanaf 2027 wordt voorgesteld om deze faciliteit niet langer toe te passen op het fictieve box 2-voordeel dat ontstaat door bovenmatige schulden aan de eigen vennootschap (excessief lenen). Hiermee wordt voorkomen dat de faciliteit wordt gebruikt voor situaties waarvoor zij oorspronkelijk niet bedoeld is en wordt mogelijk dubbele belastingheffing voorkomen.  
  • Nog geen definitieve keuze over box 3: In een afzonderlijke Kamerbrief is aangegeven dat er momenteel onvoldoende politiek draagvlak bestaat voor een nieuw box 3-stelsel. Daarom is de Eerste Kamer verzocht de behandeling van het voorstel Wet werkelijk rendement box 3 voorlopig aan te houden. Er worden vier mogelijke routes voor de toekomst van box 3 geschetst. Deze variëren van beperkte verbeteringen aan het huidige wetsvoorstel tot een volledige overgang naar een vermogenswinstbelasting. Daarbij verschillen de scenario's met name in de invoeringsdatum, de uitvoerbaarheid, de gevolgen voor belastingplichtigen en de budgettaire kosten. 
  • Verhoging aftrekbare reiskosten: De maximale reiskostenaftrek in de inkomstenbelasting wordt structureel met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 verhoogd van €0,23 naar €0,25 per kilometer. De verhoging geldt voor:
    • De forfaitaire aftrekbedragen voor reiskosten;
    • De aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten;
    • De aftrek voor weekenduitgaven voor gehandicapten voor het vervoer per auto;
    • Voor reiskosten voor ziekenbezoek;
    • Bepaalde vormen van zorggerelateerd vervoer per auto (anders dan per taxi); en
    • Voor de giftenaftrek als een vrijwilliger afziet van een reiskostenvergoeding.
    • Deze verhoging was al vastgelegd in een goedkeurend besluit en wordt nu in wetgeving opgenomen.  
  • Afschaffing aftrek specifieke zorgkosten: In de inkomstenbelasting worden de aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten per 2028 volledig afgeschaft. Hierdoor wordt het niet meer mogelijk om zorgkosten in aftrek te brengen. 
  • Verlaging overdrachtsbelasting niet-bewoners: Het tarief in de overdrachtsbelasting voor de koop van woningen waar de koper niet zelf in gaat wonen (zoals een woning voor verhuur of vakantiewoning) wordt verlaagd van 8 procent naar 7 procent. 
  • Invoering teruggaafregeling Nederlandse dividenden buitenlandse beleggingsinstellingen: In de dividendbelasting wordt een nieuwe teruggaafregeling ingevoerd voor Nederlandse achterliggers die via buitenlandse beleggingsinstellingen dividenden ontvangen van in Nederland gevestigde vennootschappen. Met deze teruggaafregeling kunnen Nederlandse achterliggers de ten laste van de buitenlandse beleggingsinstelling ingehouden Nederlandse dividendbelasting onder voorwaarden terugvragen. Hierdoor wordt een Nederlandse achterligger die via een buitenlandse beleggingsinstelling belegt in Nederlandse aandelen in economische zin niet zwaarder belast dan wanneer via een fiscale beleggingsinstelling in die Nederlandse aandelen was belegd. 

Meer informatie?