DAC herziening: één fiscaal samenwerkingskader
DAC herziening: één fiscaal samenwerkingskader
Richtlijn inzake administratieve samenwerking op het gebied van belastingen (DAC)
Naast het Tax Omnibus-pakket stelt de Europese Commissie een herziening voor van de richtlijn inzake administratieve samenwerking op het gebied van belastingen (Richtlijn 2011/16/EU, DAC). Het voorstel bundelt de richtlijn en de daaropvolgende wijzigingen tot één instrument en introduceert een aantal gerichte vereenvoudigingen.
De belangrijkste wijzigingen zijn:
- de DAC en de acht daaropvolgende wijzigingen worden samengebracht tot één richtlijn;
- de meldingsplicht voor grensoverschrijdende constructies (DAC6) wordt ingeperkt, met een carve-out voor groepen die onder de Pillar Two-richtlijn vallen;
- de rapportagedrempels voor de verkoop van goederen via digitale platformen (DAC7) worden aangepast;
- de kennisgevingsverplichtingen voor country-by-country reporting en top-up tax filing (DAC4 en DAC9) worden samengevoegd; en
- er wordt een centrale tool ingevoerd om fiscale identificatienummers te verifiëren.
Codificatie in één instrument
De DAC en de acht daaropvolgende wijzigingen zijn gebundeld in één herschikte richtlijn. De bepalingen zijn herschikt en opnieuw genummerd om meer nadruk te leggen op de automatische uitwisseling van informatie; de bepalingen inzake eenmalige uitwisselingen zijn geschrapt; en de verwijzingen naar de technische uitvoering in elk artikel over uitwisseling zijn vervangen door één enkele bevoegdheid voor de Europese Commissie om uitvoeringshandelingen vast te stellen.
Grensoverschrijdende constructies (DAC6)
De meldingsplicht voor potentieel agressieve grensoverschrijdende constructies wordt beperkt. Een gerichte uitzondering geldt voor entiteiten die onder de Pillar Two-richtlijn vallen, op grond van het feit dat de minimumbelasting van 15 % de mogelijke agressieve planning tenietdoet en dat belastingdiensten reeds uitgebreide informatie over die groepen ontvangen. De uitzondering geldt alleen wanneer er binnen de groep geen voordeel wordt verleend dat de belastingdruk tot onder de 15 % zou verlagen.
In overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (zaak C-623/22, Belgian Association of Tax Lawyers) is de definitie van een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie beperkt tot constructies die daadwerkelijk uitvoerbaar zijn, en wordt onder betrokken belastingplichtige verstaan de belastingplichtige die met de uitvoering van de constructie begint.
In de lijst met kenmerken worden de kenmerken van categorie A geschrapt, aangezien deze voor belastingdiensten van beperkte waarde zijn. De verwijzing in kenmerk C1 naar de OESO-lijst van niet-coöperatieve jurisdicties wordt vervangen door een verwijzing naar de beoordeling op basis van de Gedragscode. De inhoudelijke criteria in kenmerk D2 moeten worden uitgewerkt in een uitvoeringshandeling van de Raad.
De termijn voor rapportage door intermediairs wordt verlengd van 30 tot 90 dagen. De rapportageperiode wordt berekend vanaf de eerste concrete stap in de uitvoering. Verder wordt de behandeling van het beroepsgeheim aangepast in overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie (zaken C-694/20 en C-623/22, Belgian Association of Tax Lawyers). Er zullen nadere richtsnoeren worden uitgevaardigd over de toepassing van de “main benefit test” op de kenmerken om een consistente toepassing in alle lidstaten te waarborgen.
Digitale platformen (DAC7)
De rapportagedrempels voor de verkoop van goederen via digitale platformen worden aangepast. De activiteitendrempel (minder dan 30 relevante activiteiten gedurende de rapportageperiode) vervalt. Daarnaast wordt de monetaire drempel waaronder een verkoper van goederen is vrijgesteld van rapportage verhoogd van EUR 2.000 naar EUR 3.000.
Country-by-country reporting en top-up tax filing (DAC4 en DAC9)
De rapportageverplichtingen voor multinationale groepen onder country-by-country reporting (DAC4) en de centrale filing van de top-up tax information return (DAC9) worden gestroomlijnd. In plaats van twee afzonderlijke rapportages met verschillende termijnen kan een groep één enkele rapportage indienen die beide verplichtingen dekt, op basis van één gemeenschappelijk template dat door de Europese Commissie wordt vastgesteld en met een geharmoniseerde termijn die aansluit bij de termijn voor country-by-country reporting. De kennisgeving die bij één belastingautoriteit wordt ingediend, wordt vervolgens uitgewisseld met de overige relevante autoriteiten.
Identificatie van belastingplichtigen
Er wordt een nieuwe tool geïntroduceerd om de juistheid van fiscale identificatienummers (TIN’s) te verbeteren. De Europese Commissie zal een gecentraliseerd systeem ontwikkelen waarmee een TIN digitaal en geautomatiseerd kan worden geverifieerd voordat informatie wordt gerapporteerd. Het gebruik van dit systeem is optioneel voor rapporterende entiteiten. Wanneer een TIN via deze tool is geverifieerd, of wanneer de European Unique Identifier (EUID) wordt gebruikt, hoeft de rapporterende entiteit alleen nog de naam en de identificatiecode van de belastingplichtige te rapporteren. Daarmee neemt de hoeveelheid te rapporteren identificatiegegevens af en is minder vaak een correctie achteraf nodig.
Volledigheid van de informatieuitwisseling (DAC1)
Twee wijzigingen hebben betrekking op de automatische uitwisseling van informatie over categorieën van inkomen en vermogen. Ten eerste wordt het begrip beschikbare informatie verruimd, waardoor lidstaten niet alleen informatie moeten uitwisselen die aanwezig is in de registers van hun belastingautoriteiten, maar ook informatie uit alle registers en databanken van hun nationale overheidsinstanties. Daarmee wordt aangesloten bij het ‘once-only’ principe. Ten tweede vervalt de categorie levensverzekeringsproducten, omdat deze slechts door een beperkt aantal lidstaten werd uitgewisseld en grotendeels overlapping had met de rapportage van financiële rekeninginformatie. De zes resterende categorieën moeten voortaan worden uitgewisseld voor zover de informatie beschikbaar is.
Uiteindelijk belang bij onroerend goed
Het voorstel voegt een nieuwe vorm van informatieuitwisseling toe over uiteindelijk belanghebbenden bij onroerend goed, in lijn met ontwikkelingen bij de OESO. Dit wordt ondersteund door toegang voor belastingautoriteiten tot het nieuwe gekoppelde register voor onroerend goed dat is ingevoerd onder het geactualiseerde EU-kader ter bestrijding van witwassen. In samenhang bezien bieden deze nieuwe informatie-uitwisseling en de toegang tot het register belastingautoriteiten volledig inzicht in wie uiteindelijk eigenaar is van onroerend goed binnen de EU.
Overige maatregelen
Het voorstel brengt de richtlijn daarnaast in lijn met het geactualiseerde EU framework ter bestrijding van witwassen en geeft belastingautoriteiten toegang tot nationale pensioenregisters. Ook worden joint audits toegevoegd als aanvullend instrument voor samenwerking, naast administratieve onderzoeken en gelijktijdige controles, en wordt het mogelijk gelijktijdige controles uit te voeren bij niet-nalevende platformexploitanten uit derde landen. Verder versterkt het voorstel het gebruik van uitgewisselde informatie, onder meer door het delen van statistieken met nationale statistische bureaus en door te voorzien in rapportage over prestatieindicatoren. Tot slot worden de templates voor country-by-country reporting en de top-up tax return ondergebracht in uitvoeringsbesluiten.