Overige maatregelen

Fusierichtlijn en richtlijn geschilbeslechtingsmechanismen

Naast de wijzigingen in de Moeder-dochterrichtlijn, Interest en royaltyrichtlijn en ATAD bevat het voorstel nog twee andere onderdelen: de Fusierichtlijn en de stroomlijning van de richtlijn betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie ('richtlijn geschillenbeslechtingsmechanismen'). De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • de Fusierichtlijn (2009/133/EG) wordt in lijn gebracht met recente ontwikkelingen in het vennootschapsrecht; 
  • de fiscale neutraliteit wordt uitgebreid tot grensoverschrijdende omzettingen en andere vormen van reorganisatie; en 
  • de richtlijn geschillenbeslechtingsmechanismen (2017/1852) wordt gestroomlijnd om de toegang te verbeteren en procedures te versnellen.

Afstemming van fiscale fusies op het vennootschapsrecht

De reikwijdte en definities van de Fusierichtlijn (2009/133/EG) worden afgestemd op Richtlijn (EU) 2017/1132 inzake bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht, zoals gewijzigd door Richtlijn (EU) 2019/2121. In dat kader wordt de definitie van een fusie uitgebreid met de zogeheten vereenvoudigde fusie, waarbij alle activa en passiva van één of meer vennootschappen worden overgedragen aan een bestaande vennootschap zonder uitgifte van nieuwe aandelen, indien de betrokken vennootschappen onder gemeenschappelijke zeggenschap staan. Daarnaast wordt ook een 'division by separtion’ onder het begrip splitsing gebracht. Verder worden nieuwe definities ingevoerd van grensoverschrijdende omzetting, vertrek-lidstaat en bestemming-lidstaat.

Er wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd met regels voor grensoverschrijdende omzettingen. Een grensoverschrijdende omzetting leidt op zichzelf niet tot belastingheffing over vermogenswinsten in de vertrek-lidstaat, mits de vennootschap daar fiscaal inwoner blijft of in die lidstaat een vaste inrichting behoudt waarmee de desbetreffende activa en passiva verbonden blijven.

Voorzieningen en reserves die vóór de omzetting rechtsgeldig zijn gevormd, behouden samen met hun fiscale behandeling hun plaats bij de vaste inrichting in de vertrek-lidstaat. Als hoofdregel leidt de omzetting niet tot belastingheffing op aandeelhoudersniveau, waardoor geen belasting wordt geheven over inkomen, winst of vermogenswinsten. Belastingheffing kan wel op een later moment plaatsvinden, bijvoorbeeld wanneer aandeelhouders hun aandelen vervreemden.

Tot slot wordt de bijlage met de kwalificerende rechtsvormen onder de Fusierichtlijn geactualiseerd. Daarnaast krijgt de Europese Commissie de bevoegdheid om deze lijst aan te passen, zodat rekening kan worden gehouden met toekomstige ontwikkelingen in het vennootschapsrecht van de lidstaten.

Verbetering van het geschilbeslechtingsmechanisme

De voorgestelde wijzigingen in de richtlijn geschilbeslechtingsmechanismen (2017/1852) verduidelijken dat, wanneer de belastingheffing van meer dan één persoon rechtstreeks wordt geraakt door dezelfde kwestie in geschil, ieder van die personen als een getroffen persoon kwalificeert. Dit is met name relevant bij transfer pricing-correcties die gelieerde ondernemingen in verschillende lidstaten raken. In dergelijke gevallen kan iedere getroffen persoon afzonderlijk een klacht indienen bij de bevoegde autoriteit van zijn woonstaat, of kan één getroffen persoon namens de overige betrokkenen een klacht indienen.

De eis van gelijktijdige indiening van klachten, die in de praktijk lastig uitlegbaar is gebleken, wordt vervangen door een termijn van 30 kalenderdagen.

Verder worden de gronden waarop een bevoegde autoriteit een klacht mag afwijzen limitatief vastgelegd. Daarmee wordt verduidelijkt in welke gevallen afwijzing mogelijk is. Voordat tot afwijzing wordt overgegaan, krijgt de getroffen persoon de gelegenheid om tekortkomingen in de klacht binnen 30 dagen te herstellen. Als een klacht uiteindelijk wordt afgewezen, kan de getroffen persoon de klacht opnieuw indienen, mits de toepasselijke wettelijke termijnen in acht worden genomen.

Meer informatie?