Btw en transfer pricing: recente richtinggevende HvJ-rechtspraak voor multinationale ondernemingen
Het HvJ heeft echter geen uniforme regel geïntroduceerd. In plaats daarvan benadrukt het opnieuw dat btw strikt transactiegericht blijft, wat betekent dat elke transfer pricing-correctie op haar eigen btw-merites moet worden beoordeeld. De btw-behandeling hangt in de eerste plaats af van de aanwezigheid van een belastbare prestatie onder bezwarende titel. Hiervoor moet sprake zijn van:
- Een rechtsbetrekking tussen de partijen;
- Waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld;
- Een rechtstreeks verband bestaan tussen een betaling en een identificeerbare prestatie.
Hieronder bespreken wij vier recente HvJ-arresten over de wisselwerking tussen TP en btw en gaan wij in op de praktische implicaties van een en ander voor multinationale ondernemingen.
1. Weatherford (C-527/23): Interne groepsdiensten en aftrek van voorbelasting
In de zaak Weatherford ontving een Roemeense groepsentiteit interne groepsdiensten (IT-, HR-, accountingdiensten). De belastingautoriteit weigerde de aftrek van voorbelasting, omdat de diensten ook aan andere groepsvennootschappen werden verricht en aldus niet “noodzakelijk” zouden zijn voor de eigen activiteiten van de belastingplichtige.
Het HvJ verwierp deze benadering. Het bevestigde dat voor de btw-behandeling niet relevant is of de diensten noodzakelijk of passend zijn. Diensten kunnen als algemene kosten kwalificeren, ook wanneer zij ten behoeve van meerdere groepsvennootschappen worden gebruikt. Doorslaggevend is dat de belastingplichtige een rechtstreeks verband met zijn belaste handelingen kan aantonen.
2. Högkullen (C-808/23): Transfer pricing-aggregatie bepaalt niet de btw-behandeling
In de zaak Högkullen verrichte een holdingmaatschappij diverse management- en ondersteunende diensten aan dochterondernemingen en bracht daarvoor één cost-plus-vergoeding in rekening. Hoewel btw doorgaans is gebaseerd op de subjectieve waarde die partijen overeenkomen, kunnen EU-lidstaten specifieke antimisbruikregels implementeren voor interne groepsdiensten, waarbij btw wordt berekend op basis van de waarde in het economische verkeer. De Zweedse belastingautoriteit stelde dat de diensten één samengestelde prestatie vormden zonder marktequivalent, waardoor waardering op basis van totale kosten moest plaatsvinden.
Het HvJ verduidelijkte dat diensten moeten worden beoordeeld aan de hand van hun feitelijke kenmerken. Het enkele feit dat voor meerdere diensten één prijs in rekening wordt gebracht, rechtvaardigt op zichzelf niet dat deze diensten voor btw-doeleinden als één prestatie worden aangemerkt. De wijze waarop diensten voor transfer pricing-doeleinden worden samen genomen en gewaardeerd , bijvoorbeeld op basis van een cost-plusmethode, is niet bepalend voor de btw-kwalificatie. Indien nodig moeten de diensten afzonderlijk worden geanalyseerd om de marktwaarde vast te stellen.
3. Arcomet (C-726/23): Transfer pricing-correcties kunnen binnen reikwijdte btw vallen
In de zaak Arcomet ontving een Roemeense dochtervennootschap aan het einde van het boekjaar facturen van haar Belgische moedervennootschap om haar winstmarge in overeenstemming te brengen met een transfer pricing-beleid dat was gebaseerd op de transactional net margin method (TNMM). Het HvJ oordeelde dat dergelijke betalingen voor de btw als vergoeding kunnen kwalificeren indien:
- Sprake is van een contractuele rechtsverhouding;
- Daadwerkelijk diensten worden verricht; en
- en rechtstreeks verband bestaat tussen de verrichte diensten en de ontvangen vergoeding.
Van belang is dat het HvJ bevestigde dat het gebruik van transfer pricing-methodieken, zoals de TNMM, niet in de weg staat aan de kwalificatie als vergoeding voor btw-doeleinden. Daarnaast mogen belastingautoriteiten aanvullende bewijsstukken verlangen naast de facturen om te verifiëren dat de diensten daadwerkelijk zijn verricht en dat een verband bestaat tussen deze diensten en de belaste handelingen van de afnemer.
4. Stellantis Portugal (C-603/24): Transfer pricing-correcties ter bescherming van de winstmarge kunnen buiten reikwijdte van btw vallen
In de zaak Stellantis kocht een Portugese distributeur voertuigen van gelieerde fabrikanten. Aan het einde van het boekjaar werden transfer pricing-correcties doorgevoerd via credit- en debitnota’s om een vooraf bepaalde winstmarge te waarborgen, waarbij onder meer rekening werd gehouden met kosten voor reparaties en operationele uitgaven. De belastingautoriteit stelde zich op het standpunt dat deze correcties de vergoeding vormden voor verrichte reparatiediensten.
Het HvJ herhaalde dat een prestatie alleen aan btw is onderworpen indien sprake is van een rechtstreeks verband bestaat tussen een dienst en de daarvoor ontvangen vergoeding, binnen een rechtsbetrekking waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld. Op basis van de feiten van de zaak kon het HvJ een dergelijk rechtstreeks verband niet vaststellen. De correcties maakten onderdeel uit van een prijsmechanisme dat was gericht op het realiseren van een vooraf bepaalde winstmarge en vormden geen vergoeding voor een afzonderlijke dienst.
Het HvJ concludeerde daarom dat dergelijke aanpassingen op zichzelf geen btw-belaste dienst vormen. Het gaf tevens aan dat deze correcties mogelijk moeten worden aangemerkt als prijsaanpassingen.
Belangrijkste inzicht: niet iedere transfer pricing-correctie is belast met btw – met name wanneer de correctie ziet op de algemene winstallocatie binnen een groep en niet kan worden gekoppeld aan een concreet identificeerbare prestatie.
5. Algemeen kader: de btw-aspecten van transfer pricing-correcties
Gezamenlijk bezien schetst de recente rechtspraak van het HvJ het volgende kader voor de btw-behandeling van transfer pricing-correcties:
1. Geen automatische koppeling tussen transfer pricing en btw: De uitkomsten van een transfer pricing-analyse zijn niet bepalend voor de btw-behandeling. Voor btw-doeleinden moet iedere transactie zelfstandig worden beoordeeld op basis van haar eigen kenmerken.
2. Het belang van het “rechtstreekse verband”: btw is uitsluitend verschuldigd indien sprake is van een duidelijke rechtsbetrekking, wederzijdse prestaties en een rechtstreeks verband tussen de betaling en een concrete prestatie. Dit betekent dat transfer pricing-correcties verschillende btw-gevolgen kunnen hebben:
- Arcomet-type: de correctie vormt de vergoeding voor een specifieke dienst → btw-belastbaar.
- Stellantis-type: de correctie betreft een algemene winstmargecorrectie → buiten de reikwijdte van de btw of aan te merken als een prijsaanpassing.
3. Transfer pricing-aggregatie ≠ btw-aggregatie: één transfer pricing-vergoeding kan voor btw-doeleinden betrekking hebben op meerdere afzonderlijke prestaties.
4. Aftrek van voorbelasting blijft gebaseerd op btw-beginselen: de aftrek van voorbelasting kan niet op subjectieve gronden worden geweigerd. Wel moet de belastingplichtige kunnen aantonen dat de betrokken kosten verband houden met zijn belaste handelingen. Documentatie is daarom essentieel.
Meer weten?
Gezien de toenemende aandacht van belastingautoriteiten voor de wisselwerking tussen btw en transfer pricing, doen multinationale ondernemingen er goed aan hun bestaande intercompany-afspraken proactief te beoordelen. Onze btw- en transfer pricing-specialisten kunnen u ondersteunen bij het beoordelen van uw huidige structuur en het identificeren van mogelijke btw-risico’s.
Wilt u de btw-impact van uw transfer pricing-model beoordelen in het licht van deze ontwikkelingen? Neem dan contact op met uw gebruikelijke Forvis Mazars-contactpersoon of ons Indirect Tax-team. Wij bespreken graag uw situatie en denken mee over praktische vervolgstappen.