Twee HvJ EU-uitspraken over het begrip “Eerste verkoop voor uitvoer” in het kader van douanewaardering

De HvJ EU-uitspraken: wat heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie besloten?
Op 30 oktober 2025 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) richtlijnen gepubliceerd over het begrip ‘eerste verkoop voor uitvoer’ in twee belangrijke arresten. Het concept van eerste verkoop voor uitvoer volgt (in de jaren van de relevante invoer) uit artikel 29 van het Communautair Douanewetboek (“CDW”) en artikel 147 van de Uitvoeringsverordening van het CDW. Vanaf 2016 zijn deze artikelen vervangen door artikel 70 DWU en artikel 128 van de Uitvoeringsverordening DWU.

In beide zaken waarover het HvJ EU uitspraak deed, was de hoofdvraag of de ‘eerste verkoop’ kon worden toegepast voor het bepalen van de douanewaarde. Dit onderwerp is relevant in toeleveringsketens met opeenvolgende verkopen voor invoer in het douanegebied van de Europese Unie. Doorgaans leidt een eerste verkoop voor uitvoer tot een lagere waarde van producten dan een latere verkoop in de keten.

In de eerste HvJ EU-zaak, Massimo Dutti SA (C‑500/24), werden goederen aanvankelijk verkocht door fabrikanten in Azië aan een Zwitserse onderneming (eerste verkoop), en vervolgens door de Zwitserse onderneming aan een Spaanse importeur (tweede verkoop). De goederen werden rechtstreeks van Azië naar Spanje vervoerd, waarbij sommige goederen in het vrije verkeer van de EU kwamen en andere in een douane-entrepot werden geplaatst voor wederuitvoer.

Het HvJ EU oordeelde dat de douanewaarde in deze situatie niet mag worden gebaseerd op de eerste verkoop, tenzij zonder ruimte voor redelijke twijfel kan worden bewezen dat de eerste verkoop specifiek bedoeld was voor invoer in de EU. Wanneer de eindbestemming op het moment van de eerste verkoop niet duidelijk is, moet de douanewaarde worden gebaseerd op de tweede (laatste) verkoop.

In de Compañía de Distribución Integral Logista SA (C‑348/24)-zaak werden sigaren verkocht door een Cubaanse distributeur aan een Spaanse onderneming (eerste verkoop), in een douane-entrepot geplaatst en vervolgens opnieuw verkocht voordat zij in het vrije verkeer kwamen (tweede verkoop). Het belangrijkste verschil met de Massimo Dutti-zaak is dat alle ingevoerde goederen in de Logista-zaak onder het entrepotregime werden geplaatst. De tweede verkoop in de Logista-zaak vond dus plaats terwijl de goederen zich in het douane-entrepot bevonden.

Anders dan in de Massimo Dutti-zaak oordeelde het HvJ EU nu dat de douanewaarde mag worden gebaseerd op de eerste verkoop, zelfs als die eerste verkoop niet definitief bedoeld was voor invoer in de EU, mits de goederen na de eerste verkoop in een douane-entrepot worden geplaatst.

Wat is de conclusie voor uw onderneming uit deze zaken?

De twee zaken geven verdere richtlijnen voor het begrip ‘Eerste verkoop voor uitvoer’, hoewel de uitspraken zijn gewezen onder de regels van het CDW die niet langer van kracht zijn.

Indien uw toeleveringsketen opeenvolgende verkopen omvat voordat de goederen het douanegebied van de Unie binnenkomen, of indien u goederen in een douane-entrepot plaatst voor invoer, is het van groot belang om de risico’s en kansen te analyseren.

Onze douaneprofessionals helpen u graag bij het in kaart brengen van de mogelijkheden voor douanewaardering voor uw onderneming en bij de implementatie daarvan.

Meer informatie?