Tweede Kamer neemt Belastingplan 2026 in aangepaste vorm aan

Tweede Kamer neemt Belastingplan 2026 in aangepaste vorm aan

De Tweede Kamer heeft op 27 november 2025 het Belastingplan 2026 aangenomen. De wetsvoorstellen van het pakket Belastingplan 2026 zijn op Prinsjesdag 2025 door het demissionaire kabinet-Schoof aan de Tweede Kamer aangeboden. De nieuwe Tweede Kamer heeft de wetsvoorstellen behandeld en op enkele onderdelen aangepast door middel van amendementen. Daarnaast heeft het demissionaire kabinet nog enkele aanvullende voorstellen opgenomen in nota’s van wijziging. 

Wijzigingen Belastingplan 2026  

Na de parlementaire behandeling in de Tweede Kamer zijn de belangrijkste wijzigingen in het Belastingplan 2026 ten opzichte van de oorspronkelijke wetsvoorstellen als volgt: 

Aanpassing tarieven box 1 inkomstenbelasting 

Het tarief van de eerste schijf wordt 35,75 procent, in plaats van het eerder voorgestelde 35,70 procent. In de jaren 2031 / 2033 en 2035 wordt dit tarief jaarlijks met 0,01 procent verhoogd. Daarnaast wordt het aangrijpingspunt van de hoogste schijf verhoogd naar 78.426 euro in plaats van het eerder voorgestelde 79.137 euro. Ten slotte worden enkele aanpassingen gedaan in de arbeidskorting. 

Versnelling afbouw aftrek bij geen of geringe eigenwoningschuld 

De aftrek die van toepassing is als sprake is van geen of een kleine eigenwoningschuld (de zogenoemde ‘Wet Hillen’) wordt versneld afgebouwd. Het afbouwpercentage wordt verhoogd van 3,33 procent naar 4,5 procent per jaar, waardoor afbouw in 2041 volledig is uitgefaseerd. Op 1 januari 2026 bedraagt de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld 71,82 procent van het verschil tussen de voordelen uit een eigen woning en aftrekbare kosten eigen woning. 

Uitstel verhoging effectief tarief voor middellijke lucratieve belangen (box 2)  

De verhoging van het effectieve tarief voor inkomen uit middellijke lucratieve belangen in box 2 (lucratieve belangen die worden gehouden door middel van een persoonlijke houdstervennootschap) wordt uitgesteld naar 2028.  

Geen extra verhoging forfaitair rendement overige bezittingen en verlaging heffingsvrij vermogen (box 3) 

In box 3 van de inkomstenbelasting wordt het forfaitaire rendement voor overige bezittingen per 2026 niet extra verhoogd naar 7,78 procent, maar zal in 2026 uitkomen op 6 procent (2025: 5,88 procent). Daarnaast wordt het heffingsvrije vermogen in box 3 per 2026 niet verlaagd, maar zal in 2026 59.357 euro per persoon bedragen (2025: 57.684 euro). 

Wijzigingen bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 

Enkele fiscale maatregelen die nog in werking zouden treden in het kader van de aanpassingen van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten gaan niet door (in de inkomstenbelasting en de schenk- en erfbelasting). Het gaat om volgende drie maatregelen:

  • De beperking van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten tot gewone aandelen met een belang van minimaal 5%.
  • De verruiming met aandelen in box 3 als tezamen met de familie, in totaal ten minste 25 procent van de aandelen, wordt gehouden in het bedrijf.
  • De verruiming van de verwateringsregeling bij bepaalde verwaterde belangen van minder dan 0,5 procent. 

Verlenging lage bijtellingstarief elektrische leaseauto’s 

Het tarief van de bijtelling voor elektrische leaseauto’s wordt 18 procent in 2026 voor de eerste 30.000 euro en 20 procent in 2027. Over het meerdere bedraagt het tarief 22 procent in 2026 en 2027. Vanaf 2028 bedraagt het tarief 22 procent over de volledige waarde. Het verlaagde bijtellingstarief geldt voor de eerste 60 maanden.  

Versobering youngtimerregeling bijtelling leaseauto’s 

De youngtimerregeling in de bijtelling leaseauto’s wordt versoberd door de minimumleeftijd voor youngtimers per 2026 te verhogen van 15 jaar naar 16 jaar. Vanaf 2027 wordt de minimumleeftijd verhoogd naar 25 jaar. Op grond van de youngtimerregeling wordt de waarde voor de bijtelling van oudere leaseauto’s bepaald op basis van de waarde in het economische verkeer in plaats van de cataloguswaarde van de auto. 

Indexatie schijfgrens S&O afdrachtsvermindering 

De schijfgrens van de S&O-afdrachtsvermindering (2025: 380.000 euro) wordt in 2026 eenmalig verhoogd met de inflatiecorrectie (2,9 procent) tot 391.020 euro. 

Beperking energie-investeringsaftrek en milieu-investeringsaftrek winst uit onderneming (box 1) 

Voor ondernemers die winst uit onderneming genieten in box 1 van de inkomstenbelasting wordt de hoogte van de energie-investeringsaftrek (‘EIA’) en de milieu-investeringsaftrek (‘MIA’) vanaf 2029 beperkt tot maximaal de daadwerkelijk gemaakte winst. Hierdoor kan de toepassing van deze investeringsfacilitieiten niet leiden tot negatieve winst uit onderneming. Bedragen aan EIA en MIA die in een jaar niet gerealiseerd kunnen worden, kunnen in de volgende negen kalenderjaren alsnog in aanmerking worden genomen. Deze beperking geldt niet in de vennootschapsbelasting. 

Uitbreiding tijdelijk overgangsrecht fonds voor gemene rekening 

Het tijdelijke overgangsrecht voor fondsen voor gemene rekening wordt ook van toepassing op fondsen voor gemene rekening die zijn opgericht op of na 1 januari 2025. Op grond van het tijdelijke overgangsrecht kunnen fondsen voor gemene rekening ondanks de gewijzigde definitie kiezen om voorlopig fiscaal transparant te blijven in plaats van zelfstandig belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.

Beperking tijdelijke accijnsverlaging op brandstoffen   

De tijdelijke accijnsverlaging op brandstoffen wordt minder verlaagd dan eerder was voorgesteld. De verlaging was per 1 april 2022 ingevoerd ter verzachting van de negatieve effecten van de energiecrisis en per 1 juli 2023 afgebouwd. 

Invoering verhoogd tarief vliegbelasting voor privévliegtuigen 

Het tarief van de vliegbelasting wordt per 1 januari 2027 gedifferentieerd op basis van de gevlogen afstand tot de eindbestemming van de passagier. Daarnaast wordt vanaf 2030 per afstandscategorie een verhoogd tarief ingevoerd voor passagiers die reizen met een vliegtuig met 19 of minder zitplaatsen. 
Voor vluchten over korte afstanden (tot circa 2.000 kilometer) en naar Aruba, Curaçao, Sint-Maarten, Bonaire, Sint-Eustatius en Saba geldt een tarief van 420 euro per passagier.
Voor bestemmingen op middellange afstanden (circa 2.000 tot 5.500 kilometer) is het tarief 1.015 euro per passagier en voor verre bestemmingen (vanaf circa 5.500 kilometer) bedraagt het 2.100 euro per passagier.   

Parlementaire behandeling Eerste Kamer 

De Eerste Kamer zal de wetsvoorstellen in de komende weken behandelen. De stemming in de Eerste Kamer staat gepland op 16 december 2025. De Eerste Kamer heeft geen recht van amendement en kan de wetsvoorstellen daarom alleen aannemen of verwerpen en dus niet meer op inhoudelijke onderdelen aanpassen. Als de Eerste Kamer de wetsvoorstellen van het pakket Belastingplan 2026 aanneemt, zullen de meeste wijzigingen per 1 januari 2026 in werking treden.  

Wilt u graag meer weten over een onderwerp uit het Belastingplan 2026? Uw Forvis Mazars adviseur helpt u graag verder.

Meer informatie?