Vanaf 2028 belastingheffing in box 3 op basis van werkelijk rendement

Vanaf 2028 zal de belastingheffing in box 3 volledig zijn gebaseerd op het werkelijke rendement uit uw vermogen. De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel. De Eerste Kamer moet nog akkoord gaan om het nieuwe stelsel definitief te maken. Dit nieuwe stelsel kan gevolgen hebben voor uw fiscale positie, want de belastingheffing over uw vermogen kan veranderen en onzeker worden.

Achtergrond

De afgelopen jaren is er veel discussie geweest over de belastingheffing in box 3. De Hoge Raad heeft in meerdere procedures geoordeeld dat een forfaitaire heffing (op basis van wettelijk veronderstelde rendementspercentages) in strijd is met het eigendomsrecht. In juni 2024 heeft de Hoge Raad rekenregels gegeven om het werkelijke rendement te bepalen. Om het mogelijk te maken om uw werkelijke rendement over de periode 2017 tot en met 2027 aan te tonen is een tegenbewijsregeling in box 3 ingevoerd. 

Uw werkelijke rendement vanaf 2028

Op hoofdlijnen wordt het werkelijke rendement in box 3 vanaf 2028 op de volgende wijze bepaald. Voor het bepalen van het rendement in box 3 zal worden gekeken naar het rendement dat u gedurende het gehele jaar heeft behaald met uw bezittingen en schulden. Dit zijn enerzijds de reguliere voordelen uit uw vermogen en anderzijds de waardeveranderingen van uw vermogen. Kosten kunnen onder voorwaarden in aftrek worden gebracht.

Reguliere voordelen zijn inkomsten uit vermogensbestanddelen zoals rente, huur en dividend. Om de waardeveranderingen te bepalen wordt de waarde van uw vermogen aan het einde van het belastingjaar vergeleken met de waarde aan het begin van het belastingjaar volgens de vermogensaanwasmethode (hoofdregel). Hierdoor worden zowel ongerealiseerde als gerealiseerde waardeveranderingen in aanmerking genomen. De waardeveranderingen van onroerende zaken en aandelen en winstbewijzen in startende ondernemingen in box 3 worden via de vermogenswinstmethode bepaald (uitzondering). Hierdoor worden alleen gerealiseerde waardeveranderingen in aanmerking genomen. De waardeveranderingen van onroerende zaken worden dus niet jaarlijks belast (zoals bij andere vermogensbestanddelen), maar pas bij (fictieve) vervreemding (zoals verkoop, overlijden en emigratie). U bent dan belastingheffing in box 3 verschuldigd over de daadwerkelijke winst (verschil tussen de verkoopprijs en de historische koopprijs).

Voor onroerende zaken worden daarnaast bijzondere regels ingevoerd om het reguliere voordeel te bepalen. Als een onroerende zaak gedurende 90% of meer van het jaar wordt verhuurd, vormen de huurinkomsten het reguliere voordeel. In andere gevallen (bij minder dan 90% verhuur gedurende het jaar) wordt een vastgoedbijtelling in aanmerking genomen als regulier voordeel. De vastgoedbijtelling is een fictief rendement op vastgoed en bedraagt 3,35% van de waarde in het economische verkeer (maar bij woningen geldt de WOZ-waarde). Als de daadwerkelijke inkomsten echter hoger zijn dan de vastgoedbijtelling, worden de daadwerkelijke inkomsten belast.

In het coalitieakkoord van 30 januari 2026 is aangegeven dat deze systematiek van deels vermogensaanwasmethode (hoofdregel) en deels vermogenswinstmethode (uitzondering) een tussenstap is. Het nieuwe kabinet wil deze systematiek door ontwikkelen naar een volledige vermogenswinstmethode.

Tarief, heffingsvrij resultaat en verliezen

Het tarief in box 3 is 36%, waarbij een heffingsvrij resultaat van 1.800 euro per persoon zal gelden. Daarnaast wordt een beperkte verliesverrekening mogelijk gemaakt. Als uw werkelijke rendement in een belastingjaar leidt tot een negatief resultaat dan kunt u dit verlies in toekomstige jaren verrekenen met positieve resultaten. Het verlies moet dan wel groter zijn dan 500 euro.

Administratieplicht

Er gaat een administratie- en bewaarplicht voor box 3-vermogen gelden. In beginsel moet de administratie na afloop van het kalenderjaar nog drie jaar worden bewaard. Een deel van de informatie met betrekking tot het box 3-vermogen zal door de zogenoemde ketenpartners (banken, verzekeraars en andere financiële instellingen) aan de Belastingdienst worden geleverd. Voor deze gegevens van de ketenpartners zal (in een nog te maken regeling) een uitzondering worden gemaakt op de administratie- en bewaarplicht.

Wat moet ik nu doen?

Het is van belang om u nu al voor te bereiden op de mogelijke gevolgen van het stelsel in box 3. Vanaf 2028 is het in box 3 niet meer mogelijk om terug te vallen op het forfaitaire stelsel waarin wordt uitgegaan van wettelijk veronderstelde rendementspercentages. De belastingheffing over uw vermogen kan daardoor veranderen en onzeker worden. Uw belastingadviseur van Forvis Mazars kan u verder helpen met het inzichtelijk maken van de gevolgen voor uw persoonlijke situatie.

Meer informatie?