Voorjaarsnota 2025: fiscale maatregelen
Particulieren
Indexatie inkomstenbelasting - De belastingschijven en heffingskortingen binnen de inkomstenbelasting worden per 1 januari 2026 beperkt gecompenseerd voor inflatie. De tabelcorrectiefactor wordt voor 46,2% in plaats van 100% toegepast.
Forfaitair rendement (box 3) - In box 3 van de inkomstenbelasting wordt het forfaitaire rendement voor overige bezittingen per 2026 verhoogd tot 7,78% (verhoging met 1,78%-punt).
Heffingsvrij vermogen (box 3) - Het heffingsvrije vermogen in box 3 wordt per 2026 verlaagd naar (ongeveer) 51.396 euro per persoon. Dit bedrag wordt later definitief vastgesteld.
Energiebelasting - De belastingvermindering binnen de energiebelasting wordt verhoogd. Dit vaste bedrag wordt in mindering gebracht op de energierekening en bedraagt in 2026 hierdoor 529,10 euro.
Kinderen - In de schenk- en erfbelasting wordt voorgesteld om biologische kinderen gelijk te stellen met juridische kinderen, waardoor biologische kinderen recht hebben op de kindvrijstelling en het lage tarief.
Aangiftetermijn erfbelasting - De termijn voor de aangifte erfbelasting wordt verruimd. Deze is momenteel acht maanden na het overlijden.
Estate planning - Gehuwden kunnen in het zicht van overlijden de huwelijkse voorwaarden zo aanpassen dat erfbelasting voor een groot deel wordt vermeden. Als maatregel wordt voorgesteld dat wanneer sprake is van een gemeenschap van goederen waartoe beide echtgenoten voor ongelijke breukdelen zijn gerechtigd of een ‘ongelijk verrekenbeding’, schenk- of erfbelasting wordt geheven voor zover een belastingplichtige meer dan 50% verkrijgt bij ontbinding van die gemeenschap of op grond van het verrekenbedingbeding.
Ondernemingen
Btw-tarief - De voorgestelde verhoging van het btw-tarief op cultuur, media en sport naar 21% per 2026 wordt teruggedraaid.
Stakingsaftrek - De stakingsaftrek in de inkomstenbelasting wordt per 2027 verlaagd naar 908 euro en per 2030 afgeschaft. De stakingsaftrek is een regeling voor ondernemers die stoppen met hun onderneming waardoor over een deel van de stakingswinst geen inkomstenbelasting betaald hoeft te worden.
Meewerkaftrek - De meewerkaftrek in de inkomstenbelasting wordt per 2027 verlaagd en per 2030 afgeschaft. De meewerkaftrek is een regeling voor ondernemers van wie de partner onbetaald in de onderneming meewerkt waardoor zij over een hun winst minder inkomstenbelasting hoeven te betalen.
Milieu-investeringen - Het reservebudget voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) wordt in 2025 verhoogd. Het reservebudget voor de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) wordt in 2025 verlaagd.
Vleugje zuivel verbruiksbelasting - Voor de verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken wordt de constructie ‘vleugje zuivel’ aangepakt. De verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken kent een uitzondering voor zuivel- en sojadranken. Producenten voegen aan vruchten- en groentesappen of frisdranken een geringe hoeveelheid zuivel toe en als gevolg hiervan vallen deze dranken onder de uitzondering voor zuivel- en sojadranken. Het voorstel is om de zuiveluitzondering zo aan te passen dat ook suikerrijke zuiveldranken onder de verbruiksbelasting komen te vallen.
Samenwerking ondernemer en eigen BV - Het kabinet onderzoekt een maatregel om de fiscale ondernemersfaciliteiten in box 1 van de inkomstenbelasting te ontzeggen als een IB-ondernemer met zijn onderneming een samenwerkingsverband aangaat met zijn BV.
Werkgevers en werknemers
Medewerkersparticipatie innovatieve startups en scale-ups - Voor medewerkers van innovatieve startups en scale-ups wordt een fiscale regeling geïntroduceerd met als doel om innovatieve bedrijven en het aantrekken van talent te stimuleren. Deze regeling leidt tot een lagere belastingheffing. De lagere heffing wordt zo vormgegeven dat de grondslag van het inkomen uit aandelenopties wordt versmald tot 65% en het moment van heffing wordt uitgesteld tot het moment van daadwerkelijke verkoop van de aandelen.
Fiets van de zaak - De fietsregeling in de loonbelasting wordt aangepast voor fietsen die zakelijk worden gebruikt maar niet thuis worden gestald. Voor dergelijke fietsen geldt geen bijtelling.
RVU-heffing - In de RVU-heffing (Regeling voor Vervroegd Uittreden) wordt de drempelvrijstelling per 2026 verhoogd en voor drie jaar verlengd. Daarnaast wordt het tarief van de RVU-heffing in stappen tot 65% in 2028 verhoogd.
Aof-premies - De arbeidsongeschiktheidspremies (Aof-premies) worden vanaf 2026 structureel verhoogd. Daarnaast wordt het lage Aof-tarief verlaagd met 0,21%-punt in 2026 en 0,23%-punt in 2027 en het hoge Aof-tarief verhoogd met 0,03%-punt in 2026 en 0,04%-punt in 2027.
Wilt u meer weten wat deze fiscale maatregelen voor u betekenen? Neem dan contact op met uw belastingadviseur van Forvis Mazars.