Handhaving op zzp’ers vanaf 1 januari 2026: zachte landing deels verlengd

De belastingdienst had aangekondigd dat vanaf 1 januari 2026 de zachte landing zoals die gold in 2025 zou komen te vervallen en de handhaving op de arbeidsrelatie van zzp’ers zou gaan plaatsvinden op grond van de ‘normale regels’. Na de publicatie van het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 is op 18 december 2025 echter een motie aangenomen om de zachte landing deels te verlengen. In de op 31 december 2025 verschenen versie 2.0 van het Handhavingsplan, is deze verlenging verwerkt.
Wij informeren u hieronder graag over de wijzigingen op handhaving zzp’ers én waarom het belangrijk is om arbeidsrelaties zorgvuldig te beoordelen.

Wat verandert er?

Vanaf 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium afgeschaft, wat inhield dat de Belastingdienst weer naheffingsaanslagen kon opleggen indien zij van mening was dat sprake was van een werknemer. De opheffing van het handhavingsmoratorium begin 2025 ging gepaard met een zachte landing voor 2025, wat inhield dat geen boetes werden opgelegd over 2025. Deze tegemoetkoming is per 1 januari 2026 gedeeltelijk verlengd. Dit is verder toegelicht in het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026.

Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026

Het Handhavingsplan 2026 benadrukt dat vanaf 2026 weer de normale regels gelden voor de handhaving van arbeidsrelaties. De nieuwe versie 2.0 (gepubliceerd op 31 december 2025) voorziet echter wel in een gedeeltelijke verlenging van de zachte landing. Dit houdt onder meer het volgende in:

  • Geen verzuimboetes in 2026. Deze kunnen vanaf 2027 wel weer worden opgelegd.
  • Vanaf 2026 kunnen, in tegenstelling tot 2025, wel weer vergrijpboetes opgelegd worden.
  • De Belastingdienst start in beginsel met een bedrijfsbezoek bij het signaleren van schijnzelfstandigheid.
  • Het eerdere uitgangspunt dat bij een boekenonderzoek als uitgangspunt het meest recente tijdvak wordt beoordeeld, vervalt. 

De Belastingdienst zet daarnaast in op risicogericht toezicht, met o.a. bedrijfsbezoeken, boekenonderzoeken en gebruik van een zogenoemde detectiemodule.  De Belastingdienst zal handhaving van arbeidsrelaties niet richten op specifieke branches of doelgroepen, tenzij steekproeven of andere onderzoeken laten zien dat onderscheid in doelgroepen zinvol is.

Tot 2030 blijft het ingroeimodel bestaan. Dit betekent dat de Belastingdienst bij boekenonderzoeken rekening houdt met het eerdere handhavingsmoratorium. Voor correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen gaat de Belastingdienst dus niet verder terug dan 1 januari 2025, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of van een aanwijzing die voor die datum is gegeven.

Pas vanaf 2030 kan de Belastingdienst weer tot 5 jaar terug correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen als sprake is van een dienstbetrekking. In het Handhavingsplan staat dat in geval van een vermoeden van opzet en een fiscaal nadeel van meer dan € 100.000, strafrechtelijke vervolging mogelijk is.

In het handhavingsplan wordt ook de praktijksituatie aangehaald dat zzp’ers worden ingehuurd via een tussenpersoon. Hierbij wordt aangegeven dat opdrachtgevers hiermee het risico van de (bewust) onjuiste kwalificatie van een arbeidsrelatie lijken te willen verschuiven naar een arbeidsbemiddelaar. Om goed te kunnen beoordelen onder welke feiten en omstandigheden gewerkt wordt, is veelal inzicht in de hele keten en/of driehoek noodzakelijk. Bij het inschakelen van een tussenpersoon kan het nog steeds zo zijn dat het directe risico op het bestaan van een dienstbetrekking met de zzp’er bij de uiteindelijk opdrachtgever ligt in plaats van bij de bemiddelaar. Het is dus raadzaam om de situatie ook door een belastingadviseur te laten beoordelen om niet voor verrassingen te komen staan.

Een goede voorbereiding voorkomt onzekerheid

Hoewel bepaalde onderdelen van de zachte landing zijn verlengd tot en met 2026, betekent dit niet dat organisaties kunnen afwachten  Wij merken op dat het nog steeds mogelijk is zzp’ers in te huren, maar dat het wel noodzakelijk is om arbeidsrelaties en interne processen in kaart te brengen als u met zzp’ers werkt. Alleen hierdoor bent u bekend met de mogelijke risico’s die kunnen spelen binnen uw organisatie en kunt u bijsturen om het risico zoveel mogelijk te voorkomen.

Bij interne processen kunt u bijvoorbeeld denken aan  een checklist om de arbeidsrelatie te beoordelen en de vastlegging van de afspraken in een duidelijke overeenkomst. Het goed beoordelen van alle inhuursituaties binnen de organisatie maakt dat u meer “in control” bent op de mogelijke risico’s die spelen en meer grip krijgt op de geldstromen (is het inhuur zzp of inhuur uitzendkrachten?). Tevens kunt u dan bij een controle laten zien dat u al het mogelijke doet om te voorkomen dat toch sprake is van inhuur van een werknemer in plaats van een zzp’er.  

Wij merken op dat een fiscale dienstbetrekking in de regel ook leidt tot een arbeidsovereenkomst, met aanvullende gevolgen voor het arbeidsrecht en mogelijk een verplichte aansluiting bij een pensioenfonds. Voor een toelichting op de beoordeling van de arbeidsrelatie, verwijzen wij graag naar ons eerdere nieuwsbericht: Arbeidsrelatie zzp’er beoordelen: nieuw afwegingskader vanaf 2025 - Forvis Mazars

Want to know more?