Update Uber-zaak: zes chauffeurs Uber tóch ondernemers, geen dienstbetrekking
Wij informeren u hieronder graag over deze uitspraak en mogelijke gevolgen hiervan.
Achtergrond
De vraag of een arbeidsrelatie kwalificeert als een arbeidsovereenkomst blijft een actueel en gevoelig onderwerp, zeker nu het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 is afgeschaft en sindsdien weer actief wordt gehandhaafd door de Belastingdienst. De kwalificatie van de arbeidsrelatie is onder meer afhankelijk van de feitelijke uitvoering van het werk en wordt verder ingevuld op basis van de gezichtspunten die zijn geformuleerd in het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad. De omstandigheden dienen in samenhang te worden beoordeeld (holistische toets) en dit kan in de praktijk bij betrokkenen leiden tot discussie en onduidelijkheid. Zo ook in de Uber-zaak tussen FNV en Uber.
De procedure begon toen FNV een zaak aanspande om te laten vaststellen dat Uber‑chauffeurs als werknemers moesten worden aangemerkt. In 2021 oordeelde rechtbank Amsterdam dat Uber‑chauffeurs werknemers zijn. Uber ging in hoger beroep, waarna het hof in 2023 prejudiciële vragen stelde aan de Hoge Raad over het gewicht van ondernemerschap binnen de kwalificatievraag. De Hoge Raad verduidelijkte dat ondernemerschap even zwaar weegt als andere factoren en dat verschillen in individuele omstandigheden kunnen betekenen dat vergelijkbaar werk toch leidt tot verschillende kwalificaties.
Uitspraak hoger beroep gerechtshof Amsterdam (publicatie 27 januari 2026)
Het hof oordeelt in de uitspraak van 27 januari 2026 dat zij niet één collectieve kwalificatie kan geven voor alle Uber‑chauffeurs. De zes chauffeurs die in dit hoger beroep aan de zijde van Uber meededen, moeten volgens het hof als zelfstandige ondernemers worden aangemerkt. Factoren die daarbij doorslaggevend zijn:
- Eigen investeringen, zoals de aanschaf en exploitatie van de auto;
- Vrijheid in werktijden;
- Autonomie in het aannemen of weigeren van ritten;
- Ondernemersrisico, zoals aansprakelijkheid, variabele inkomsten en het ontbreken van loondoorbetaling bij ziekte.
Daarmee bevestigt het hof dat de mate van ondernemerschap een belangrijke factor blijft binnen het Deliveroo‑toetsingskader. Tegelijk laat het hof uitdrukkelijk ruimte voor situaties waarin Uber‑chauffeurs wél werknemer zijn. Dit vereist steeds een individuele beoordeling op basis van de concrete feiten voor de betreffende opdrachtnemer, met behulp van de (niet-limitatieve) toetsingscriteria van het Deliveroo-arrest.
Als gevolg van bovenstaande, wijst het hof de vorderingen van FNV af om een collectieve werknemerskwalificatie af te dwingen.
Wat betekent dit voor organisaties?
Hoewel werken met zzp’ers regelmatig kritisch wordt beoordeeld, bevestigt deze uitspraak dat er nog steeds ruimte is om zelfstandigen in te huren. Met een goed inhuurproces en een degelijke onderbouwing is het werken met zelfstandigen nog steeds mogelijk. In dit arrest wordt benadrukt dat de beoordeling van de arbeidsrelatie maatwerk blijft en per individueel geval moet worden uitgevoerd.