Hof van Justitie EU: strengere toepassing op omzeilen van douanerechten

Op 21 november 2024 deed het Hof van Justitie van de Europese Unie ('HvJ EU') haar langverwachte uitspraak in de zaak Harley-Davidson Europe Ltd en Neovia Logistics Services International NV tegen de Europese Commissie.

De aanloop naar het geschil begon in de zomer van 2018, toen de VS aanvullende douanerechten van 25% en 10% invoerden op staal en aluminium afkomstig uit Europa. De EU reageerde door aanvullende douanerechten te heffen op verschillende producten die in de VS waren gemaakt. 

Onder deze producten behoorden de Harley Davidson motorfietsen, die naast het standaard invoertarief van 6%, een extra invoerrecht van 25% kregen met plannen voor ook een extra douanerecht van 25%. In reactie op dit nieuws besloot Harley Davidson een deel van de productie van hun motorfietsen voor de Europese markt te verplaatsen van de VS naar een fabriek in Thailand. 

Harley-Davidson verzocht de Belgische douaneautoriteiten om een bindende oorsprongsinlichting ('BOI') waarin de oorsprong Thailand voor de motorfietsen werd bevestigd. De Belgische autoriteiten verleenden aanvankelijk de ‘BOI Thailand’, maar trokken deze later op verzoek van de Europese Commissie weer in.

Ontwijken van douanerechten?

Het geschil spitst zich toe op de vraag of artikel 33 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 juist is uitgelegd. Dit artikel bepaalt dat indien in een ander land of gebied een bewerking of verwerking wordt verricht met het doel om douanerechten te ontwijken, dit wordt geacht economisch niet gerechtvaardigd te zijn en de goederen niet in aanmerking komen voor de bevestiging van oorsprong van het land waar deze bewerking of verwerking heeft plaatsgevonden.

In de context van artikel 33 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 verwijst het doel om tarieven te vermijden naar het voornaamste of dominante doel van de verplaatsing. Harley-Davidson had haar belanghebbenden in de VS laten weten dat zij een deel van haar productieproces naar het buitenland zou verplaatsen om de tarieflast, als gevolg van de aanvang van de aanvullende douanerechten, te vermijden. Op basis hiervan oordeelde het HvJ EU dat het hoofddoel van de verplaatsing van een deel van het bedrijf was om aanvullende douanerechten te vermijden. Daarom was voldaan aan de voorwaarde van artikel 33 van de Gedelegeerde Verordening en blijven de producten van Harley-Davidson de oorsprong VS hebben.

Gevolgen van een ontwijkingsbeslissing

De uitspraak van het HvJ EU laat een strikte interpretatie van artikel 33 van de Gedelegeerde Verordening zien en zou een waarschuwing moeten zijn voor andere bedrijven die overwegen hun activiteiten te verplaatsen. Het verplaatsen van de productie leidt niet zonder meer de gewenste oorsprong van producten.

Meer informatie?