HvJ EU doet uitspraak in Arcomet-zaak over verrekenprijsaanpassingen

In de zaak Arcomet Towercranes (C-726/23) heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie op 4 september 2025 geoordeeld dat een transfer pricing aanpassing een retrospectieve verhoging van de belastbare maatstaf kan vormen. Deze uitspraak kan echter niet worden gegeneraliseerd.

Feiten

Een Belgische onderneming behorend tot de Arcomet Groep verleende bemiddelingsdiensten met betrekking tot de aankoop van hijskranen aan een Roemeense onderneming binnen dezelfde groep. De vergoeding voor deze diensten was gebaseerd op een reeks zakelijk aanvaardbare nettowinstmarges. Aan het einde van het jaar werd gecontroleerd of Arcomet Roemenië dit had behaald. In de betwiste jaren had de Roemeense onderneming compensatiebetalingen gedaan aan de Belgische onderneming omdat Arcomet Roemenië een winst boven de marge had gerealiseerd. Arcomet België stelde drie facturen op. Deze facturen bevatten geen informatie over de aard van de levering, het aantal gewerkte uren, gebruikte middelen of de berekeningsmethode. Arcomet België behandelde twee van deze facturen als facturen onder de verleggingsregeling voor intracommunautaire diensten en gaf de bijbehorende btw aan in de Roemeense btw-aangifte. Voor de derde factuur ging Arcomet Roemenië ervan uit dat het om een niet-belastbare transactie ging.

De Roemeense belastingdienst stelde enerzijds dat Roemeense btw verschuldigd was over alle gefactureerde bedragen. Anderzijds kon Arcomet Roemenië deze btw niet aftrekken omdat niet duidelijk was dat de facturen betrekking hadden op daadwerkelijk verrichte leveringen voor btw-belaste activiteiten.

De Roemeense belastingrechter legde de volgende (vereenvoudigde) prejudiciële vragen voor aan het HvJ EU:

  1. Is er sprake van een vergoeding voor een levering wanneer een verrekenprijsaanpassing wordt gedaan?
  2. Zo ja, mogen de belastingautoriteiten aanvullende documenten opvragen, naast de factuur, om aan te tonen dat de gekochte levering werd gebruikt voor de btw-belaste transacties van de afnemer?

Uitspraak HvJ EU

De eerste vraag draait om de vraag of er een rechtstreeks verband bestaat tussen de diensten van Arcomet België en de aanvullende bedragen die via de verrekenprijsaanpassing zijn gefactureerd. Indien dit verband bestaat, zijn de aanvullende bedragen een belastbare vergoeding voor een levering. Het probleem was dat op het moment van levering niet duidelijk was of de winst van Arcomet Roemenië binnen de marge zou vallen of dat er een compensatiebetaling nodig zou zijn.

De Advocaat-Generaal ging hier dieper op in en verwees naar arrest C-713/21 van 9 februari 2023: In die zaak verzorgde de eiser toernooipaarden en factureerde hij de eigenaren. Hij nam deel aan toernooien met deze paarden, en prijzengeld kwam toe aan de eigenaren. De eigenaren droegen hun aanspraken op prijzengeld echter vanaf het begin pro rata over aan de eiser. Het Hof oordeelde dat het proportionele prijzengeld een vergoeding was voor de verzorging van de paarden en dat de onzekerheid over het al dan niet winnen van prijzengeld het directe verband tussen prestatie en vergoeding niet teniet deed. Toegepast op de Arcomet-zaak betekende dit volgens de Advocaat-Generaal dat de onzekerheid over de hoogte van de vergoeding hier ook irrelevant moest zijn.

Het Hof neemt dit punt op en stelt dat onzekerheden over het bestaan van een vergoeding in principe het directe verband kunnen tenietdoen. In de Arcomet-zaak was de vergoeding echter variabel van aard, maar niet willekeurig, moeilijk te kwantificeren of onzeker in de zin van eerdere rechtspraak, omdat de vergoedingscriteria nauwkeurig waren vastgelegd in het contract tussen Arcomet Roemenië en Arcomet België. Daardoor waren de betalingen op basis van de verrekenprijsaanpassing een vergoeding voor de bemiddelingsdienst (voor alle drie de facturen).

Met betrekking tot de tweede vraag merkt het Hof op dat de facturen niet voldeden aan de formele eisen vanwege het ontbreken van een beschrijving van de levering, maar dat dit slechts een weigering van btw-aftrek rechtvaardigt als het bewijs van de materiële voorwaarden daardoor onmogelijk wordt. Om deze materiële voorwaarden voor btw-aftrek te verifiëren, mogen de belastingautoriteiten aanvullende bewijsstukken opvragen bij de belastingplichtige, die de bewijslast draagt. Dit mag echter alleen betrekking hebben op het gebruik van de geleverde diensten voor btw-belaste prestaties, en niet op de noodzaak of geschiktheid ervan.

Beoordeling

De btw-behandeling van verrekenprijsaanpassingen is altijd onzeker geweest. Er zijn drie denkbare alternatieven: de aanpassing leidt tot een wijziging van de belastbare maatstaf conform artikel 29 van de Wet Omzetbelasting (Art. 90 van de btw-richtlijn), verhogingen zijn een vergoeding voor een zelfstandige prestatie (een zelfstandige prestatie is uiteraard uitgesloten bij verlagingen), of ze hebben helemaal geen effect.

In haar aanbeveling van 18 april 2018, stelt de btw-expertgroep dat alle soorten verrekenprijsaanpassingen in de B2B-sector als irrelevant voor btw-doeleinden moeten worden beschouwd indien de betrokken partijen volledig gerechtigd zijn tot btw-aftrek. Deze aanbeveling is echter niet geïmplementeerd.

Consequenties

Deze situatie is uiterst onbevredigend voor bedrijven. Zelfs als zij de verrekenprijsaanpassing behandelen als een wijziging van de belastbare maatstaf conform artikel 29 van de Wet Omzetbelasting / artikel 90 van de btw-richtlijn, rijzen vervolgvragen over de noodzaak tot documentuitwisseling en het tijdstip van correctie. Daarbij moet worden opgemerkt dat het Hof slechts uitspraak heeft gedaan over een zeer specifieke constellatie van verrekenprijsaanpassingen. De uitspraak kan dus niet één-op-één worden toegepast op andere situaties. Vooral de behandeling van gevallen waarin de verrekenprijsaanpassing niet duidelijk aan specifieke prestaties kan worden toegeschreven en gevallen van neerwaartse verrekenprijsaanpassingen, d.w.z. mogelijke prijsverlagingen, blijven open. Er kan geen algemeen antwoord worden gegeven op de vraag in hoeverre onzekerheid in de zin van een direct verband toelaatbaar is.

Een manier om enige zekerheid te verkrijgen is om de verrekenprijsafspraken van het bedrijf zo nauw mogelijk af te stemmen op de Arcomet-zaak. Bestaande verrekenprijsregelingen moeten dienovereenkomstig worden geanalyseerd. Indien verrekenprijsaanpassingen afwijken van de Arcomet-zaak, is het essentieel om professioneel fiscaal advies in te winnen. In bepaalde gevallen kan het raadzaam zijn om de gekozen btw-behandeling van verrekenprijsaanpassingen aan de belastingdienst te melden.

Nieuwsbrief

Wilt u zich aanmelden voor meer actueel nieuws? Klik dan op onderstaande banner.

Meer informatie?