De leercurve van CSRD-rapportages

Inzichten uit aanpassingen en verbeteringen op basis van 94 duurzaamheidsverslagen.
Uit onze analyse van 94 duurzaamheidsverslagen over 2025 blijkt dat veel organisaties hun rapportages hebben aangepast ten opzichte van eerdere jaren. Die wijzigingen zijn meestal niet terug te voeren op fouten in eerdere rapportages. Ze hangen vaker samen met nieuwe inzichten, een betere onderbouwing van cijfers of een aangescherpte interpretatie van de rapportagevereisten. Vergeleken met eerdere rapportages zien we dat organisaties hun duurzaamheidsinformatie beter onderbouwen en scherper afbakenen. In dit artikel bespreken we waar de meeste aanpassingen plaatsvinden en wat deze ontwikkelingen zeggen over de verdere ontwikkeling van duurzaamheidsrapportage.

Introductie: CSRD-rapportages worden volwassen 

Waar veel ondernemingen in 2024 nog zeer uitgebreid rapporteerden over duurzaamheid, laten de verslagen over 2025 zien dat organisaties meer focus aanbrengen in hun rapportage en beter grip krijgen op de informatie die zij publiceren. Cijfers, baselines en methodologieën zijn regelmatig aangepast. Dat is niet verrassend: ESG-data is vaak complexer en minder gestandaardiseerd dan financiële data en is afhankelijker van operationele systemen, leveranciersdata, schattingen en interpretaties. Veel wijzigingen hangen niet samen met fouten in eerdere rapportages. Organisaties beschikken simpelweg over meer kennis, betere informatie en meer ervaring met het rapporteren onder de ESRS-standaarden. 

Het ligt voor de hand dat ook toekomstige rapportages nog vaak wijzigingen zullen bevatten. Veel organisaties bevinden zich nog in een fase waarin definities worden aangescherpt en nieuwe databronnen beschikbaar komen. Voor sommige ESG-data, zoals personeelsgerelateerde data, zal de rapportage naar verwachting sneller een volwassen niveau bereiken. Tegelijkertijd zullen veel indicatoren binnen het ‘environmental’ domein zich de komende jaren verder blijven ontwikkelen. Voor gebruikers van het verslag is het vooral belangrijk dat organisaties duidelijk uitleggen waarom cijfers of toelichtingen zijn aangepast. Het helpt gebruikers om duurzaamheidsinformatie goed te duiden en vergroot het vertrouwen in én de bruikbaarheid van de gerapporteerde informatie. 

Forvis Mazars heeft de duurzaamheidsverslagen over 2024 en 2025 van 94 ondernemingen vergeleken en gezocht naar termen zoals 'restatements', 'errors', 'adjustments' en 'correction of errors'. De analyse laat zien waar ondernemingen hun rapportage hebben aangepast, welke ESRS-standaarden het vaakst geraakt worden en welke onderliggende leerpunten hieruit naar voren komen. 

Onderzochte populatie 

Populatie naar type beursfonds en overig

Populatie naar sector 

De populatie, die voornamelijk uit wave 1-ondernemingen bestaat, kent een brede spreiding over sectoren. Echter domineren productiebedrijven (34%) en financiële instellingen (21%) de populatie. Daarom is het voor de interpretatie van de uitkomsten belangrijk om er rekening mee te houden dat deze sectoren vaak uitgebreide waardeketens hebben, complexe emissieberekeningen, financiële producten of investeringsportefeuilles. Hierdoor is sprake van relatief veel potentiële factoren die kunnen leiden tot aanpassingen.

Waar vinden de meeste aanpassingen plaats? 

Top 5 ESRS-standaarden  

De standaarden E1 Climate Change en S1 Own Workforce worden door vrijwel alle organisaties gerapporteerd. Het is daarom niet verrassend dat juist binnen deze standaarden de meeste aanpassingen plaatsvinden. Vooral klimaatdata bevat veel kwantitatieve datapunten, complexe berekeningen en methodologische keuzes. Ook binnen de overige E-standaarden zien we relatief veel aanpassingen. Sommige datapunten binnen deze standaarden zijn nog relatief nieuw binnen ESG-rapportages en soms ook complexer van aard.

Top 10 disclosure requirements met de meeste aanpassingen 

Ook uit de analyse op disclosure requirements zien we dat de E-standaarden en S1 domineren. De meeste aanpassingen hebben betrekking op de berekening van broeikasgasemissies. Dat hangt samen met grote datavolumes, afhankelijkheid van emissiefactoren, wijzigingen in organisatorische of operationele grenzen en de verdere professionalisering van berekeningsmethoden. 

Ook andere E-standaarden, zoals afval en water, en personeelsdata laten aanpassingen zien, maar in lagere aantallen. Daarbij zien we regelmatig andere onderliggende oorzaken, zoals definities, scope-afbakening, verbeterde meetgegevens of een aangescherpte interpretatie van ESRS-eisen. Daarnaast valt op dat ook de EU Taxonomy regelmatig aanleiding geeft tot aanpassingen. Voor veel organisaties is deze wetgeving nog complex. Hierdoor blijkt soms dat activiteiten die eerder buiten beschouwing bleven, alsnog binnen de reikwijdte van de rapportage vallen.

Hoewel de aard van de aanpassingen per onderwerp verschilt, zien we een aantal terugkerende patronen. Organisaties beschikken over betere databronnen, scherpen definities aan, verbeteren berekeningsmethoden en krijgen meer inzicht in de afbakening van hun rapportage. Daarnaast leidt de verdere interpretatie van ESRS-vereisten regelmatig tot herziening van eerder gerapporteerde gegevens. De ervaringen uit de eerste jaren laten zien dat CSRD-rapportage zich nog volop ontwikkelt. De aanpassingen weerspiegelen daarbij niet alleen correcties, maar vooral ook een toenemende volwassenheid van processen, data en rapportages. 

De disclosure requirements met de meeste aanpassingen 

E1-6 Gross scope 1, 2, 3 and total GHG emissions 

De meest voorkomende oorzaken voor het aanpassen van de broeikasgasemissies zijn het gebruik van geactualiseerde emissiefactoren, correcties op activiteitsdata zoals energie, brandstofverbruik en volumes, het alsnog meenemen van eerder ontbrekende emissiebronnen en herclassificaties tussen Scope 3-categorieën. Ook is terug te zien dat berekeningsmethoden worden herzien en verbeterd, en er meer leveranciers- en productspecifieke data beschikbaar komt. 

E5-5 Resource outflows / waste 

De gerapporteerde afvalgegevens zijn vaak herzien. Deze aanpassingen bestaan uit een verbeterde classificatie van afvalstromen, afvalverwerkers die gewijzigde data aanleveren en wijzigingen in de wijze waarop afvalstromen gemeten of toegerekend worden. Ook worden locaties en activiteiten beter afgebakend en dat leidt regelmatig tot aanpassingen van gerapporteerde cijfers.   

E3-4 Water consumption 

De aanpassingen binnen deze standaarden komen met name voort uit de interpretatie van de ESRS-definities van wateronttrekking en waterverbruik. In de praktijk blijkt dat deze niet altijd consistent te onderscheiden zijn, en dat waterstromen anders worden geclassificeerd. Ook leiden verbeterde meetgegevens en locatie-specifieke informatie tot verbeterde informatie. Daarnaast zijn locaties opnieuw beoordeeld op hun ligging in gebieden met waterrisico en heeft dit soms geleid tot aanpassingen.   

S1-6 – Characteristics of employees:  

Personeelsgerelateerde data lijkt een domein dat al volwassen is omdat dit ook relevant is voor de jaarrekening. Echter zien we dat de ESRS-definitie van werknemers met name in een internationale context, complexiteit brengt. De aangescherpte afbakening van de werknemerspopulatie is de belangrijkste oorzaak van aanpassingen in deze data. Verschillen tussen own workforce, non-employees en value chain workers leiden regelmatig tot herclassificaties of een aangepaste presentatie van vergelijkende cijfers. Daarnaast zorgen verbeteringen in HR-systemen en de verwerking van internationale personeelsgegevens voor aanpassingen van de in 2024 gerapporteerde gegevens.

S1-14 – Health and safety

De herclassificatie van werknemers leidt ook tot wijzigingen binnen het health- en safety domein. De aanpassingen komen vooral voort uit gewijzigde berekeningsmethoden voor incident rates en gewerkte uren, correcties in onderliggende Health and Safety- en HR-data en een aangescherpte afbakening van de rapportagepopulatie.  

Wat betekenen deze ontwikkelingen voor organisaties? 

De komende jaren zullen organisaties naar verwachting nog regelmatig wijzigingen doorvoeren in hun duurzaamheidsrapportages. Tegelijkertijd verwachten gebruikers van duurzaamheidsverslagen dat gerapporteerde informatie goed onderbouwd, consistent en betrouwbaar is. Voor veel organisaties betekent dit dat zij hun manier van dataverzameling en rapporteren verder moeten aanscherpen. De analyse laat zien dat duurzaamheidsrapportage nog volop in ontwikkeling is. Veel aanpassingen zijn het gevolg van voortschrijdend inzicht, verbeterde databronnen of een nadere interpretatie van de ESRS-vereisten. Dat geldt met name voor onderwerpen waarvoor veel data nodig is of waarbij aannames een belangrijke rol spelen. 

Voor veel organisaties blijkt dat het opstellen van een duurzaamheidsverslag niet alleen vraagt om kennis van de regelgeving, maar ook om goede afspraken over de benodigde data. De verschillen tussen de rapportages over 2024 en 2025 laten zien dat organisaties hun verslaggeving stap voor stap verder aanscherpen. Juist de wijzigingen in de rapportages maken zichtbaar waar organisaties tegenaan lopen en welke onderdelen van de verslaggeving nog in ontwikkeling zijn. 

Meer weten?