Een uniforme standaard voor de renteaftrekbeperking

ATAD en de generieke renteaftrekbeperking (earningsstrippingmaatregel)

Het voorstel bevat gerichte wijzigingen in de generieke renteaftrekbeperking (earningsstrippingmaatregel) zoals opgenomen in de Anti-Tax Avoidance Directive (EU) 2016/1164 (ATAD). Daarbij worden verschillende verplichte bepalingen ingevoerd, waardoor de beleidsruimte van lidstaten wordt beperkt. De belangrijkste wijzigingen zijn als volgt:

  • De EBITDA limiet wordt verplicht op 30% gesteld; 
  • Het saldo aan renten ter zake van laagrisicoleningen van derden wordt buiten de reikwijdte van de regeling gebracht; 
  • De franchise wordt verplicht verhoogd naar EUR 3 miljoen en jaarlijks geïndexeerd; 
  • De groepsvrijstelling en carry-forward worden verplicht;  
  • Er worden vrijstellingen ingevoerd voor projecten van algemeen nut en defensieprojecten.

30%-EBITDA limiet en laagrisicoleningen van derden

De EBITDA limiet wordt verplicht op 30% gesteld. Lidstaten mogen daardoor geen lager percentage meer toepassen. Dat betekent dat het niveau van aftrekbaarheid op 30% van EBITDA wordt vastgezet en daarmee een uniforme standaard binnen de EU wordt.

Het saldo aan renten ter zake van laagrisicoleningen van derden worden buiten de reikwijdte van de regeling gebracht. Van een laagrisicoleningen van derden is sprake indien aan twee cumulatieve voorwaarden is voldaan: de lening is niet verstrekt door een gelieerde partij, een vaste inrichting of een entiteit die behoort tot dezelfde voor financiële verslaggevingsdoeleinden geconsolideerde groep, en de lening wordt uitsluitend gebruikt ter financiering van de eigen activiteiten van de debiteur, met uitsluiting van doorlening of equity financiering binnen de groep.

De franchise van EUR 3 miljoen

De safe harbour, op grond waarvan het saldo aan netto rentelasten aftrekbaar blijft tot een vast bedrag, wordt verplicht gesteld. Daarnaast wordt deze verhoogd naar EUR 3 miljoen en jaarlijks geïndexeerd. Ook de EBITDA berekening wordt aangepast, in het bijzonder doordat kwalificerende uitgaven die onder de voorgestelde R&D-aftrekregeling in aftrek zijn gebracht weer worden bijgeteld, op vergelijkbare wijze als afschrijvingen en amortisatie. Zie voor meer hierover ook:  R&D expenditure: common EU framework

Daarnaast geldt dat, indien een belastingplichtige aantoont dat zijn EBITDA in een belastingtijdvak met ten minste 50% is gedaald ten opzichte van het onmiddellijk voorafgaande belastingtijdvak, de renteaftrekbeperking voor dat tijdvak niet van toepassing is.

De groepsvrijstellingsregel en carry-forward

Er wordt voorgesteld om de groepsvrijstellingsregel, die een belastingplichtige toestaat om boven de algemene limiet (30% EBITDA) liggende extra saldo aan renten af te trekken wanneer zijn schuldgraad in overeenstemming is met die van zijn groep, verplicht te stellen. Lidstaten behouden daarbij wel de keuze tussen de twee bestaande mechanismen van artikel 4, lid 5, ATAD: de equity escape (balansbenadering) en de group ratio rule (op basis van winst).

Ook de carry-forward waarmee niet-aftrekbare rente uit een bepaald jaar kan worden doorgeschoven naar latere jaren wordt verplicht. Daarnaast mogen lidstaten een carry-back toestaan voor een periode van maximaal drie jaar. Deze wijzigingen erkennen dat het moment waarop rentelasten worden gemaakt en het moment waarop belastbare winst ontstaat niet altijd in hetzelfde belastingtijdvak vallen, wat met name relevant is voor kapitaalintensieve sectoren en start-ups.

Projecten van algemeen belang en defensieprojecten

De reikwijdte van de optionele uitzondering voor langlopende publieke-infrastructuurprojecten wordt verruimd met grootschalige activa die door een lidstaat als van algemeen belang worden aangemerkt. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan projecten op het gebied van klimaat, digitalisering, sociale en economische weerbaarheid, energiezekerheid en sociale en betaalbare huisvesting. Voorwaarde is wel dat de projectexploitant, de financieringskosten, de activa en de opbrengsten binnen de EU zijn gesitueerd.

Daarnaast wordt een aanvullende en tijdelijke verplichte uitzondering ingevoerd voor het saldo aan renten op leningen die worden gebruikt voor de financiering van defensieproducten of andere producten voor defensiedoeleinden. Deze uitzondering geldt uitsluitend voor leningen die zijn afgesloten in de eerste vijf belastingtijdvakken vanaf 1 januari 2029.

Tot slot vervalt de optionele uitzondering voor standalone entiteiten en wordt de definitie van ‘financial undertakings’ geactualiseerd om aan te sluiten bij recente ontwikkelingen in de Europese financiële regelgeving.

Relevantie voor Nederland

Nederland past de earningsstrippingmaatregel momenteel strenger toe dan het minimumniveau dat op grond van de EU-richtlijn is vereist. De aftrek is beperkt tot 24,5% van de EBITDA en de franchise bedraagt EUR 1 miljoen.

De voorgestelde wijzigingen zouden thans tot twee opvallende wijzigingen leiden: de drempel zou stijgen van 24,5% naar 30% van EBITDA en de franchise zou toenemen van EUR 1 miljoen naar EUR 5 miljoen, met jaarlijkse indexatie. Beide wijzigingen brengen een versoepeling mee ten opzichte van de huidige Nederlandse regeling, waardoor meer ruimte ontstaat voor renteaftrek.

Daarnaast kent Nederlands geen groepsvrijstelling binnen de huidige earningsstrippingmaatregel, zodat ook dit tevens een significante wijziging zou opleveren indien het voorstel wordt aangenomen. Ook de nieuwe verplichte uitzonderingen voor laagrisicoleningen van derden, projecten van algemeen belang en defensie zouden een aanpassing van de Nederlandse wetgeving vereisen.

Meer informatie?