Beoordeling arbeidsrelaties verder geconcretiseerd: nieuw toetsingskader gepubliceerd
Met de publicatie van het toetsingskader brengt het ministerie de belangrijkste wetgeving en jurisprudentie rondom arbeidsrelaties overzichtelijk bijeen. Het document sluit aan bij het reeds bestaande afwegingskader van de Belastingdienst en bevat de gezichtspunten die voortvloeien uit de rechtspraak van de Hoge Raad. Daarbij staan nog steeds de bekende criteria centraal, zoals de mate van gezag, de organisatorische inbedding van de werkzaamheden, de mogelijkheid om zich te laten vervangen, het lopen van ondernemersrisico en de wijze waarop afspraken tussen partijen tot stand zijn gekomen.
Hierbij houdt het toetsingskader nadrukkelijk rekening met de verduidelijkingen die de Hoge Raad heeft gegeven in het Uber-arrest. Daarmee wordt bevestigd dat niet uitsluitend naar de werkzaamheden voor een specifieke opdrachtgever moet worden gekeken. Ook omstandigheden die iets zeggen over het ondernemerschap van de werkende buiten de concrete opdracht kunnen een rol spelen bij de beoordeling van de arbeidsrelatie. Denk bijvoorbeeld aan het hebben van meerdere opdrachtgevers, het verrichten van acquisitieactiviteiten, het doen van investeringen of de wijze waarop iemand zich in de markt profileert.
Toch is het de vraag in hoeverre het nieuwe toetsingskader daadwerkelijk tot nieuwe inzichten leidt. Organisaties zijn op zoek naar duidelijke handvatten waarmee vooraf kan worden vastgesteld of sprake is van zelfstandig ondernemerschap of van een dienstbetrekking. Ook deze publicatie laat zien dat een dergelijke harde scheidslijn niet bestaat. De beoordeling van arbeidsrelaties blijft een integrale afweging van alle feiten en omstandigheden van het geval. Het bevestigt vooral de lijn die de afgelopen periode al zichtbaar was in de wetgeving, rechtspraak en eerdere publicaties van de Belastingdienst. Er worden geen nieuwe criteria geïntroduceerd en ook de onderlinge weging van de verschillende gezichtspunten verandert niet wezenlijk. De publicatie moet daarom vooral worden gezien als een verdere verduidelijking en bundeling van bestaande inzichten.