Nieuwsbrieven
Waarde creëren door kennis te delen; dat is waar Forvis Mazars voor staat. Wij brengen u niet alleen op de hoogte, maar ook op nieuwe ideeën. Met onze nieuwsbrieven delen onze specialisten graag hun kennis met u.
Met ingang van 2027 wordt een pseudo-eindheffing in de loonbelasting ingevoerd voor fossiele personenauto’s die door een werkgever voor privégebruik (inclusief woon-werkverkeer) ter beschikking worden gesteld aan een werknemer. Alleen emissievrije personenauto’s zijn uitgezonderd van de heffing. Daarmee wordt gestimuleerd het zakelijke wagenpark te verduurzamen.
De pseudo-eindheffing is verschuldigd door de werkgever en mag niet worden doorberekend aan de werknemer. Deze eindheffing wordt geheven naast de reguliere bijtelling bij de werknemer. Het tarief van de pseudo-eindheffing bedraagt 12 procent over de waarde van de auto (cataloguswaarde). Voor auto’s van 25 jaar en ouder wordt de pseudo-eindheffing echter berekend over de marktwaarde van de auto. Als een werkgever vóór 2027 een personenauto ter beschikking heeft gesteld aan een werknemer geldt een overgangstermijn tot 17 september 2030.
De fietsregeling in de loonbelasting wordt aangepast voor terbeschikkinggestelde fietsen die voor niet meer dan 10 procent thuis worden gestald. Voor dergelijke fietsen zal geen bijtelling van 7 procent van de waarde van de fiets gelden, maar wordt de bijtelling op nihil gesteld. Het doel van dit voorstel is om onduidelijkheid over toepassing van de bijtelling bij deelfietsen (zoals hubfietsen, ov-fietsen en andere deelfietsen) weg te nemen. In de voorgestelde wijziging wordt overigens geen onderscheid gemaakt tussen deelfietsen en andere fietsen die niet of slechts incidenteel bij het woon-of verblijfadres van de werknemer worden gestald. Deze wijziging wordt ingevoerd met terugwerkende kracht tot 2020.
Met ingang van 2026 zal de zogenoemde ETK-regeling worden versoberd voor ingekomen werknemers. De ETK-regeling houdt in dat de werkgever de extraterritoriale kosten die een werknemer maakt voor tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst onbelast kan vergoeden. Vanaf 2026 kunnen extra kosten voor levensonderhoud (cost of living / COLA allowance) en extra gesprekskosten voor privédoeleinden met land van herkomst niet meer onbelast worden vergoed. De versobering van de ETK-regeling heeft verder geen invloed op de expatregeling (voorheen 30%-regeling). Al eerder is aangekondigd dat het percentage per 1 januari 2027 wordt aangepast van 30 procent naar 27 procent.
Indien een werkgever een financiële regeling aanbiedt die door de werknemer zou kunnen worden gebruikt als een overbrugging tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd, dan kan deze regeling worden gekwalificeerd als een Regeling voor vervroegde uittreding (RVU). Naast de reguliere heffing is de werkgever is een pseudo-eindheffing verschuldigd van 52 procent. Door het opleggen van de pseudo-eindheffing wordt het doorwerken tot de AOW-gerechtigde leeftijd aangemoedigd.
De pseudo-eindheffing is niet verschuldigd voor zover de RVU-drempelvrijstelling van toepassing is. Deze vrijstelling is van toepassing indien de werknemer niet meer dan drie jaar verwijderd is van de AOW-gerechtigde leeftijd en de vergoeding niet hoger is dan een bedrag gelijk aan de AOW-uitkering. De vrijstelling zou gelden tot 1 januari 2026 en met dit wetsvoorstel wordt voorgesteld om de vrijstelling te continueren. De RVU-drempelvrijstelling krijgt daarmee een structureel karakter.
Voor 2026 wordt eveneens voorgesteld om het drempelbedrag van de vrijstelling te verhogen met € 300 bruto per maand. Dit bedrag zal jaarlijks worden geïndexeerd. Verhoging van de RVU-drempelvrijstelling werkt alleen naar de toekomst toe en heeft geen terugwerkende kracht naar het verleden. Tot slot wordt voorgesteld het tarief van de pseudo-eindheffing voor een RVU boven de RVU-drempelvrijstelling stapsgewijs te verhogen: 57,7 procent in 2026, 64 procent in 2027 en 65 procent in 2028.
De Wet toekomst pensioenen (Wtp) is per 1 juli 2023 in werking getreden. Als gevolg hiervan moeten bestaande pensioenregelingen aangepast worden. Ook worden opgebouwde pensioenen via een interne collectieve waardeoverdracht ingebracht in een pensioenregeling die aan de per 1 juli 2023 geldende voorwaarden voldoet, ook wel ‘invaren’ genoemd. In de uitvoeringspraktijk zijn fiscale knelpunten bij dit invaren geconstateerd met betrekking tot ingegane overbruggingspensioenen, ingegane prepensioenen en ingegane of - voor overgang naar de Wtp ontstane - wezenpensioenen. Voorgesteld wordt deze knelpunten weg te nemen, zodanig dat deze pensioenen ook na invaren fiscaal geëerbiedigd blijven. In het verlengde van deze fiscale knelpunten wordt ook voorgesteld het overgangsrecht voor ingegane nabestaandenoverbruggingspensioenen bij invaren aan te passen.
Verder wordt nog voorgesteld dat een voor de overgang naar de Wtp ingegaan prepensioen (binnen de wettelijke grenzen) ook als een variabele uitkering kan worden uitgekeerd. Dat betekent dat uitkeringen uit een prepensioenregeling niet alleen vaste uitkeringen mogen zijn, maar dat deze ook variabel (afhankelijk van onder andere beleggingsrendementen) mogen zijn.
Wilt u zich aanmelden voor meer actueel nieuws? Klik dan op onderstaande banner.
Deze website maakt gebruik van cookies.
Sommige zijn noodzakelijk, andere helpen ons bij het analyseren van het gebruik van de website, dienen advertenties of zorgen voor een gepersonaliseerd websitebezoek.
In onze privacy policy vindt u meer informatie over de cookies die wij gebruiken.
Zonder deze cookies functioneert deze website niet optimaal.
Deze cookies helpen ons deze website te verbeteren door informatie te vergaren over het gebruik hiervan.
Met behulp van deze cookies kunnen wij de relevantie van onze advertenties vergroten.